heup
zelfstandig naamwoord høpBetekenis
- deel van beide zijkanten van het menselijk lichaam ter hoogte van het heupgewricht, waar het been met de romp verbonden is
- het heupgewricht
Hoe spreek je heup uit?
/høp/
Heup bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| ø | deur |
| p | pak |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| heupen | meervoud |
| heupje | verkleinwoord, enkelvoud |
| heupjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
van Middelnederlands hope, in de betekenis van ‘gewricht tussen bovenbeen en romp’ aangetroffen vanaf 1240
Woordfamilie van heup
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| heupen | meervoud | heup |
| heupje | verkleinwoord | heup |
| heupjes | verkleinwoord meervoud | heup |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van heup zijn vastgelegd.