Naar de inhoud

heruitbrengen

opnieuw een uitgave het daglicht laten zien (van een boek, muziekalbum e.d.)

heruitbrengen

werkwoord

Betekenis

  1. opnieuw een uitgave het daglicht laten zien (van een boek, muziekalbum e.d.)

Vervoeging van heruitbrengen

heruitbrengenhele werkwoord — bracht heruitverleden tijd enkelvoud — brachten heruitverleden tijd meervoud — heruitgebrachtvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik breng heruit bracht heruit
jij brengt heruit bracht heruit
hij, zij, het brengt heruit bracht heruit
wij brengen heruit brachten heruit
jullie brengen heruit brachten heruit
zij brengen heruit brachten heruit
Alle 107 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
bracht heruit verleden tijd
breng heruit gebiedende wijs
er is heruitgebracht impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was heruitgebracht impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd heruitgebracht impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt heruitgebracht impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal heruitgebracht worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal heruitgebracht zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou heruitgebracht worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou heruitgebracht zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had heruitgebracht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had heruitgebracht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had heruitgebracht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden heruitgebracht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden heruitgebracht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden heruitgebracht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt heruitgebracht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb heruitgebracht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben heruitgebracht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben heruitgebracht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben heruitgebracht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben heruitgebracht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt heruitgebracht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft heruitgebracht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft heruitgebracht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
heruit te brengen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
heruit te zullen brengen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
heruit zal brengen bijzin, toekomende tijd
heruit zou brengen bijzin, voorwaardelijk
heruit zouden brengen bijzin, voorwaardelijk
heruit zoudt brengen bijzin, voorwaardelijk
heruit zullen brengen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
heruit zullen brengen bijzin, toekomende tijd
heruit zult brengen bijzin, toekomende tijd
heruitbracht bijzin, verleden tijd
heruitbrachten bijzin, verleden tijd
heruitbreng bijzin, tegenwoordige tijd
heruitbrengend onvoltooid, deelwoord
heruitbrengt bijzin, tegenwoordige tijd
heruitgebracht verleden tijd, deelwoord
heruitgebracht te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
heruitgebracht te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
heruitgebracht te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
heruitgebracht te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
heruitgebracht te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
heruitgebracht worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
heruitgebracht zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
heruitgebracht zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
heruitgebracht zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
heruitgebracht zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
is heruitgebracht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben heruitgebracht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen heruitbrengen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waren heruitgebracht voltooid, verleden tijd, derde persoon
was heruitgebracht voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd heruitgebracht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werden heruitgebracht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
worden heruitgebracht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt heruitgebracht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
zal heruitbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal heruitbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal heruitbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal heruitbrengen bijzin, toekomende tijd
zal heruitgebracht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal heruitgebracht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal heruitgebracht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal heruitgebracht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal heruitgebracht zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn heruitgebracht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zou heruitbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou heruitbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou heruitbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou heruitbrengen bijzin, voorwaardelijk
zou heruitgebracht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou heruitgebracht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou heruitgebracht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou heruitgebracht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou heruitgebracht zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) heruitbrengen heruit zou(dt) brengen bijzin, voorwaardelijk
zouden heruitbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden heruitbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden heruitbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden heruitbrengen bijzin, voorwaardelijk
zouden heruitgebracht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden heruitgebracht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden heruitgebracht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden heruitgebracht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden heruitgebracht zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt heruitbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt heruitbrengen bijzin, voorwaardelijk
zoudt heruitgebracht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen heruitbrengen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen heruitbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen heruitbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen heruitbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen heruitbrengen bijzin, toekomende tijd
zullen heruitgebracht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen heruitgebracht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen heruitgebracht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen heruitgebracht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen heruitgebracht zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult heruitbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult heruitbrengen bijzin, toekomende tijd
zult heruitgebracht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult/zal heruitbrengen heruit zult/zal brengen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

Afgeleid van uitbrengen met het voorvoegsel her-

Woordfamilie van heruitbrengen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bracht heruit verleden tijd heruitbrengen
brachten heruit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon heruitbrengen
brengen heruit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon heruitbrengen
brengt heruit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon heruitbrengen
heruitbracht subordinate-clause, verleden tijd heruitbrengen
heruitbrachten subordinate-clause, verleden tijd heruitbrengen
heruitbrenge woordvorm heruitbrengen
heruitbrengend onvoltooid deelwoord heruitbrengen
heruitbrengende woordvorm heruitbrengen
heruitbrengt subordinate-clause, tegenwoordige tijd heruitbrengen
heruitgebracht voltooid deelwoord heruitbrengen
heruitgebrachte woordvorm heruitbrengen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van heruitbrengen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over heruitbrengen

Wat is de betekenis van heruitbrengen?
Heruitbrengen is een werkwoord. De betekenis is: opnieuw een uitgave het daglicht laten zien (van een boek, muziekalbum e.d.).
Hoe vervoeg ik heruitbrengen?
Zo vervoeg je heruitbrengen zo: het voltooid deelwoord is heruitgebracht. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord heruitbrengen is 26 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. H 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. U 4
  5. I 1
  6. T 2
  7. B 3
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. G 3
  12. E 1
  13. N 1
  14. 26 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

heruitbrengen levert met Wordfeud minimaal 26 en maximaal 102 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. H 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. U 2
  5. I 2
  6. T 2
  7. B 4
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. G 3
  12. E 1
  13. N 1
  14. 26 zonder bonus
  15. 102 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (H) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

heruitbrengen in het kort

heruitbrengen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van heruitbrengen staan er 78 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort heruitbrengen bij een woordfamilie van 12 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

heruitbrengen: opnieuw een uitgave het daglicht laten zien (van een boek, muziekalbum e.d.)
Deel heruitbrengen — standaardnederlands.nl