Naar de inhoud

hertellen

opnieuw aan telling onderwerpen

hertellen

werkwoord

Betekenis

  1. opnieuw aan telling onderwerpen
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van hertellen

hertellenhele werkwoord — herteldeverleden tijd enkelvoud — herteldenverleden tijd meervoud — herteldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik hertel hertelde
jij hertelt hertelde
hij, zij, het hertelt hertelde
wij hertellen hertelden
jullie hertellen hertelden
zij hertellen hertelden
Alle 88 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
er is herteld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was herteld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd herteld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt herteld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal herteld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal herteld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou herteld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou herteld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had herteld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had herteld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had herteld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden herteld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden herteld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden herteld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt herteld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb herteld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben herteld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben herteld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben herteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben herteld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt herteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft herteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft herteld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hertel gebiedende wijs
herteld verleden tijd, deelwoord
herteld te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
herteld te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
herteld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
herteld te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
herteld te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
herteld worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
herteld zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
herteld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
herteld zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
herteld zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
hertelde verleden tijd
hertelle aanvoegende wijs
hertellend onvoltooid, deelwoord
is herteld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben herteld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hertellen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen hertellen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waren herteld voltooid, verleden tijd, derde persoon
was herteld voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd herteld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werden herteld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
worden herteld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt herteld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
zal herteld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal herteld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal herteld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal herteld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal herteld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal hertellen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal hertellen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal hertellen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn herteld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zou herteld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou herteld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou herteld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou herteld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou herteld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou hertellen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou hertellen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou hertellen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden herteld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden herteld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden herteld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden herteld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden herteld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden hertellen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden hertellen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden hertellen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt herteld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt hertellen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen herteld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen herteld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen herteld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen herteld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen herteld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen hertellen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen hertellen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen hertellen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen hertellen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult herteld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult hertellen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van tellen met het voorvoegsel her-.

Woordfamilie van hertellen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
hertel gebiedende wijs hertellen
herteld voltooid deelwoord hertellen
hertelde verleden tijd hertellen
hertelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon hertellen
hertelle aanvoegende wijs hertellen
hertellend onvoltooid deelwoord hertellen
hertellende woordvorm hertellen
hertelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon hertellen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hertellen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over hertellen

Wat is de betekenis van hertellen?
Hertellen is een werkwoord. De betekenis is: opnieuw aan telling onderwerpen. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik hertellen?
Zo vervoeg je hertellen zo: de tegenwoordige tijd is hertel, de verleden tijd is hertelde en het voltooid deelwoord is herteld. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord hertellen is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. H 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. T 2
  5. E 1
  6. L 3
  7. L 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

hertellen levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. H 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. T 2
  5. E 1
  6. L 3
  7. L 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 zonder bonus
  11. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (H) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

hertellen in het kort

hertellen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van hertellen staan er 65 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort hertellen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

hertellen: opnieuw aan telling onderwerpen
Deel hertellen — standaardnederlands.nl