herrijzen
werkwoordBetekenis
- opnieuw oprijzen, opnieuw gaan leven of functioneren
Vervoeging van herrijzen
herrijzenhele werkwoord — herreesverleden tijd enkelvoud — herrezenverleden tijd meervoud — herrezenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | herrijs | herrees |
| jij | herrijst | herrees |
| hij, zij, het | herrijst | herrees |
| wij | herrijzen | herrezen |
| jullie | herrijzen | herrezen |
| zij | herrijzen | herrezen |
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben herrezen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent herrezen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| herrees | verleden tijd |
| herrezen | verleden tijd, deelwoord |
| herrezen te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| herrezen zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| herrijs | gebiedende wijs |
| herrijze | aanvoegende wijs |
| herrijzend | onvoltooid, deelwoord |
| is herrezen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is herrezen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te herrijzen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zijn herrezen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen herrijzen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart herrezen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren herrezen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren herrezen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren herrezen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was herrezen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was herrezen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was herrezen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal herrezen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal herrezen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal herrezen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal herrijzen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal herrijzen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal herrijzen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn herrezen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn herrezen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn herrezen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn herrezen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt herrezen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou herrezen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou herrezen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou herrezen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou herrijzen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou herrijzen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou herrijzen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden herrezen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden herrezen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden herrezen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden herrijzen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden herrijzen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden herrijzen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt herrezen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt herrijzen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen herrezen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen herrezen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen herrezen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen herrijzen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen herrijzen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen herrijzen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen herrijzen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult herrezen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult herrijzen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van rijzen met het voorvoegsel her-
Woordfamilie van herrijzen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| herrees | verleden tijd | herrijzen |
| herrezen | voltooid deelwoord | herrijzen |
| herrijs | gebiedende wijs | herrijzen |
| herrijst | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | herrijzen |
| herrijze | aanvoegende wijs | herrijzen |
| herrijzend | onvoltooid deelwoord | herrijzen |
| herrijzende | woordvorm | herrijzen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van herrijzen zijn vastgelegd.