heroverwegen
werkwoordBetekenis
- opnieuw op details bezien
Vervoeging van heroverwegen
heroverwegenhele werkwoord — heroverwoogverleden tijd enkelvoud — heroverwogenverleden tijd meervoud — heroverwogenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | heroverweeg | heroverwoog |
| jij | heroverweegt | heroverwoog |
| hij, zij, het | heroverweegt | heroverwoog |
| wij | heroverwegen | heroverwogen |
| jullie | heroverwegen | heroverwogen |
| zij | heroverwegen | heroverwogen |
Alle 88 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| er is heroverwogen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was heroverwogen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd heroverwogen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt heroverwogen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal heroverwogen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal heroverwogen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou heroverwogen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou heroverwogen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had heroverwogen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had heroverwogen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had heroverwogen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden heroverwogen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden heroverwogen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden heroverwogen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt heroverwogen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb heroverwogen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben heroverwogen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben heroverwogen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben heroverwogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben heroverwogen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt heroverwogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft heroverwogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft heroverwogen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| heroverweeg | gebiedende wijs |
| heroverwege | aanvoegende wijs |
| heroverwegend | onvoltooid, deelwoord |
| heroverwogen | verleden tijd, deelwoord |
| heroverwogen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| heroverwogen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| heroverwogen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| heroverwogen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| heroverwogen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| heroverwogen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| heroverwogen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| heroverwogen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| heroverwogen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| heroverwogen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| heroverwoog | verleden tijd |
| is heroverwogen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben heroverwogen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te heroverwegen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen heroverwegen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waren heroverwogen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was heroverwogen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd heroverwogen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werden heroverwogen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| worden heroverwogen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt heroverwogen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| zal heroverwegen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal heroverwegen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal heroverwegen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal heroverwogen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal heroverwogen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal heroverwogen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal heroverwogen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal heroverwogen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn heroverwogen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zou heroverwegen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou heroverwegen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou heroverwegen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou heroverwogen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou heroverwogen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou heroverwogen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou heroverwogen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou heroverwogen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden heroverwegen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden heroverwegen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden heroverwegen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden heroverwogen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden heroverwogen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden heroverwogen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden heroverwogen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden heroverwogen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt heroverwegen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt heroverwogen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen heroverwegen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen heroverwegen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen heroverwegen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen heroverwegen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen heroverwogen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen heroverwogen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen heroverwogen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen heroverwogen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen heroverwogen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult heroverwegen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult heroverwogen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van overwegen met het voorvoegsel her-.
Woordfamilie van heroverwegen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| heroverweeg | gebiedende wijs | heroverwegen |
| heroverweegt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | heroverwegen |
| heroverwege | aanvoegende wijs | heroverwegen |
| heroverwegend | onvoltooid deelwoord | heroverwegen |
| heroverwegende | woordvorm | heroverwegen |
| heroverwogen | voltooid deelwoord | heroverwegen |
| heroverwoog | verleden tijd | heroverwegen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van heroverwegen zijn vastgelegd.