heroriënteren
werkwoordBetekenis
- opnieuw oriënteren
Vervoeging van heroriënteren
heroriënterenhele werkwoord — heroriënteerdeverleden tijd enkelvoud — heroriënteerdenverleden tijd meervoud — geheroriënteerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | heroriënteer | heroriënteerde |
| jij | heroriënteert | heroriënteerde |
| hij, zij, het | heroriënteert | heroriënteerde |
| wij | heroriënteren | heroriënteerden |
| jullie | heroriënteren | heroriënteerden |
| zij | heroriënteren | heroriënteerden |
Alle 27 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| geheroriënteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geheroriënteerd | verleden tijd, deelwoord |
| geheroriënteerd te zullen | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geheroriënteerd zullen | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| heroriënteer | gebiedende wijs |
| heroriënteerde | verleden tijd |
| heroriëntere | aanvoegende wijs |
| heroriënterend | onvoltooid, deelwoord |
| te geheroriënteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te heroriënteren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen heroriënteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal heroriënteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal heroriënteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal heroriënteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou heroriënteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou heroriënteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou heroriënteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden heroriënteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden heroriënteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden heroriënteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt heroriënteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen heroriënteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen heroriënteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen heroriënteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen heroriënteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult heroriënteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse réorienter (met het achtervoegsel -eren)
Woordfamilie van heroriënteren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geheroriënteerd | voltooid deelwoord | heroriënteren |
| heroriënteer | gebiedende wijs | heroriënteren |
| heroriënteerde | verleden tijd | heroriënteren |
| heroriënteerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | heroriënteren |
| heroriënteert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | heroriënteren |
| heroriëntere | aanvoegende wijs | heroriënteren |
| heroriënterend | onvoltooid deelwoord | heroriënteren |
| heroriënterende | woordvorm | heroriënteren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van heroriënteren zijn vastgelegd.