heropvoeden
werkwoordBetekenis
- op andere beginselen -vaak ideologische- opnieuw trachten op te voeden
Vervoeging van heropvoeden
heropvoedenhele werkwoord — heropvoeddeverleden tijd enkelvoud — heropvoeddenverleden tijd meervoud — heropgevoedvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | heropvoed | heropvoedde |
| jij | heropvoedt | heropvoedde |
| hij, zij, het | heropvoedt | heropvoedde |
| wij | heropvoeden | heropvoedden |
| jullie | heropvoeden | heropvoedden |
| zij | heropvoeden | heropvoedden |
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| (voedde opnieuw op) | verleden tijd |
| ev. | gebiedende wijs |
| had heropgevoed | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had heropgevoed | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had heropgevoed | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden heropgevoed | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden heropgevoed | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden heropgevoed | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt heropgevoed | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb heropgevoed | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben heropgevoed | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben heropgevoed | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben heropgevoed | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben heropgevoed | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt heropgevoed | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft heropgevoed | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft heropgevoed | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| heropgevoed | verleden tijd, deelwoord |
| heropgevoed te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| heropgevoed zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| heropvoed | gebiedende wijs |
| heropvoedde | verleden tijd |
| heropvoede | aanvoegende wijs |
| heropvoedend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben heropgevoed | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te heropvoeden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen heropvoeden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal heropgevoed hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal heropgevoed hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal heropgevoed hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal heropvoeden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal heropvoeden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal heropvoeden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou heropgevoed hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou heropgevoed hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou heropgevoed hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou heropvoeden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou heropvoeden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou heropvoeden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden heropgevoed hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden heropgevoed hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden heropgevoed hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden heropvoeden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden heropvoeden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden heropvoeden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt heropgevoed hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt heropvoeden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen heropgevoed hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen heropgevoed hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen heropgevoed hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen heropvoeden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen heropvoeden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen heropvoeden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen heropvoeden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult heropgevoed hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult heropvoeden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van opvoeden met het voorvoegsel her-
Woordfamilie van heropvoeden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| heropgevoed | voltooid deelwoord | heropvoeden |
| heropgevoede | woordvorm | heropvoeden |
| heropvoed | gebiedende wijs | heropvoeden |
| heropvoedde | verleden tijd | heropvoeden |
| heropvoedden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | heropvoeden |
| heropvoede | aanvoegende wijs | heropvoeden |
| heropvoedend | onvoltooid deelwoord | heropvoeden |
| heropvoedende | woordvorm | heropvoeden |
| heropvoedt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | heropvoeden |
| voed herop | woordvorm | heropvoeden |
| voedde herop | woordvorm | heropvoeden |
| voedden herop | woordvorm | heropvoeden |
| voeden herop | woordvorm | heropvoeden |
| voedt herop | woordvorm | heropvoeden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van heropvoeden zijn vastgelegd.