heroprichten
werkwoordBetekenis
- een niet meer bestaande organisatie weer in het leven roepen
Vervoeging van heroprichten
heroprichtenhele werkwoord — heropgerichtvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| wij | richten opnieuw op | — |
| jullie | richten opnieuw op | — |
| zij | richten opnieuw op | — |
Alle 143 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| (bijzin) heroprichtte | verleden tijd |
| (richtte opnieuw op) | verleden tijd |
| - | impersonal, passief |
| ben heropgericht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent heropgericht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is heropgericht | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was heropgericht | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd heropgericht | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt heropgericht | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal heropgericht worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal heropgericht zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou heropgericht worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou heropgericht zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| had heropgericht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had heropgericht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had heropgericht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden heropgericht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden heropgericht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden heropgericht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt heropgericht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb heropgericht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben heropgericht | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben heropgericht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben heropgericht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben heropgericht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt heropgericht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft heropgericht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft heropgericht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| heropgericht | verleden tijd, deelwoord |
| heropgericht te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| heropgericht te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| heropgericht te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| heropgericht te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| heropgericht te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| heropgericht worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| heropgericht zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| heropgericht zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| heropgericht zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| heropgericht zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| heropricht | bijzin, tegenwoordige tijd |
| heroprichtend | onvoltooid, deelwoord |
| heroprichtte | bijzin, verleden tijd |
| heroprichtten | bijzin, verleden tijd |
| is heropgericht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is heropgericht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| opnieuw op te richten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| opnieuw op te zullen richten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| opnieuw op zal richten | bijzin, toekomende tijd |
| opnieuw op zou richten | bijzin, voorwaardelijk |
| opnieuw op zouden richten | bijzin, voorwaardelijk |
| opnieuw op zoudt richten | bijzin, voorwaardelijk |
| opnieuw op zullen richten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| opnieuw op zullen richten | bijzin, toekomende tijd |
| opnieuw op zult richten | bijzin, toekomende tijd |
| te hebben heropgericht | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen heroprichten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart heropgericht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren heropgericht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren heropgericht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren heropgericht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was heropgericht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was heropgericht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was heropgericht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd heropgericht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd heropgericht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd heropgericht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden heropgericht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden heropgericht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden heropgericht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt heropgericht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word heropgericht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden heropgericht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden heropgericht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden heropgericht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt heropgericht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt heropgericht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal heropgericht hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal heropgericht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal heropgericht hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal heropgericht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal heropgericht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal heropgericht zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal heropgericht zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal heroprichten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal heroprichten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal heroprichten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal heroprichten | bijzin, toekomende tijd |
| zijn heropgericht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn heropgericht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn heropgericht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt heropgericht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou heropgericht hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou heropgericht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou heropgericht hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou heropgericht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou heropgericht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou heropgericht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou heropgericht zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou heropgericht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou heropgericht zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou heroprichten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou heroprichten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou heroprichten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou heroprichten | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) heroprichten opnieuw op zou(dt) richten | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden heropgericht hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden heropgericht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden heropgericht hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden heropgericht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden heropgericht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden heropgericht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden heropgericht zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden heropgericht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden heropgericht zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden heroprichten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden heroprichten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden heroprichten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden heroprichten | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt heropgericht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt heropgericht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt heropgericht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt heroprichten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt heroprichten | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen heropgericht hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen heropgericht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen heropgericht hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen heropgericht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen heropgericht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen heropgericht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen heropgericht zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen heropgericht zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen heropgericht zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen heroprichten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen heroprichten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen heroprichten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen heroprichten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen heroprichten | bijzin, toekomende tijd |
| zult heropgericht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult heropgericht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult heropgericht zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van oprichten met het voorvoegsel her-
Woordfamilie van heroprichten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| heropgericht | voltooid deelwoord | heroprichten |
| heropricht | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | heroprichten |
| heroprichte | woordvorm | heroprichten |
| heroprichtend | onvoltooid deelwoord | heroprichten |
| heroprichtende | woordvorm | heroprichten |
| heroprichtte | subordinate-clause, verleden tijd | heroprichten |
| heroprichtten | subordinate-clause, verleden tijd | heroprichten |
| richt herop | woordvorm | heroprichten |
| richten herop | woordvorm | heroprichten |
| richtte herop | woordvorm | heroprichten |
| richtten herop | woordvorm | heroprichten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van heroprichten zijn vastgelegd.