herkiezen
werkwoordBetekenis
- iemand die eerder verkozen was een nieuwe ambtstermijn geven
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Vervoeging van herkiezen
herkiezenhele werkwoord — herkoosverleden tijd enkelvoud — herkozenverleden tijd meervoud — herkozenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | herkies | herkoos |
| jij | herkiest | herkoos |
| hij, zij, het | herkiest | herkoos |
| wij | herkiezen | herkozen |
| jullie | herkiezen | herkozen |
| zij | herkiezen | herkozen |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben herkozen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent herkozen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is herkozen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was herkozen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd herkozen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt herkozen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal herkozen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal herkozen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou herkozen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou herkozen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had herkozen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had herkozen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had herkozen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden herkozen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden herkozen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden herkozen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt herkozen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb herkozen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben herkozen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben herkozen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben herkozen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben herkozen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt herkozen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft herkozen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft herkozen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| herkies | gebiedende wijs |
| herkieze | aanvoegende wijs |
| herkiezend | onvoltooid, deelwoord |
| herkoos | verleden tijd |
| herkozen | verleden tijd, deelwoord |
| herkozen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| herkozen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| herkozen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| herkozen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| herkozen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| herkozen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| herkozen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| herkozen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| herkozen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| herkozen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| is herkozen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is herkozen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben herkozen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te herkiezen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen herkiezen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart herkozen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren herkozen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren herkozen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren herkozen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was herkozen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was herkozen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was herkozen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd herkozen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd herkozen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd herkozen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden herkozen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden herkozen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden herkozen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt herkozen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word herkozen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden herkozen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden herkozen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden herkozen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt herkozen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt herkozen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal herkiezen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal herkiezen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal herkiezen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal herkozen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal herkozen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal herkozen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal herkozen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal herkozen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal herkozen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal herkozen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn herkozen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn herkozen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn herkozen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt herkozen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou herkiezen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou herkiezen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou herkiezen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou herkozen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou herkozen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou herkozen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou herkozen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou herkozen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou herkozen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou herkozen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou herkozen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou herkozen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden herkiezen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden herkiezen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden herkiezen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden herkozen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden herkozen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden herkozen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden herkozen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden herkozen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden herkozen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden herkozen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden herkozen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden herkozen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt herkiezen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt herkozen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt herkozen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt herkozen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen herkiezen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen herkiezen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen herkiezen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen herkiezen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen herkozen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen herkozen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen herkozen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen herkozen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen herkozen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen herkozen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen herkozen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen herkozen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen herkozen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult herkiezen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult herkozen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult herkozen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult herkozen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van kiezen met het voorvoegsel her-
Woordfamilie van herkiezen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| herkies | gebiedende wijs | herkiezen |
| herkiest | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | herkiezen |
| herkieze | aanvoegende wijs | herkiezen |
| herkiezend | onvoltooid deelwoord | herkiezen |
| herkiezende | woordvorm | herkiezen |
| herkoos | verleden tijd | herkiezen |
| herkozen | voltooid deelwoord | herkiezen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van herkiezen zijn vastgelegd.