herkapitaliseren
werkwoordBetekenis
- herkapitalisatie toepassen, opnieuw kapitaliseren
Vervoeging van herkapitaliseren
herkapitaliserenhele werkwoord — herkapitaliseerdeverleden tijd enkelvoud — herkapitaliseerdenverleden tijd meervoud — geherkapitaliseerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | herkapitaliseer | herkapitaliseerde |
| jij | herkapitaliseert | herkapitaliseerde |
| hij, zij, het | herkapitaliseert | herkapitaliseerde |
| wij | herkapitaliseren | herkapitaliseerden |
| jullie | herkapitaliseren | herkapitaliseerden |
| zij | herkapitaliseren | herkapitaliseerden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| geherkapitaliseerd | verleden tijd, deelwoord |
| geherkapitaliseerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geherkapitaliseerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geherkapitaliseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geherkapitaliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geherkapitaliseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geherkapitaliseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geherkapitaliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geherkapitaliseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geherkapitaliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geherkapitaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geherkapitaliseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geherkapitaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geherkapitaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geherkapitaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geherkapitaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geherkapitaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geherkapitaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| herkapitaliseer | gebiedende wijs |
| herkapitaliseerde | verleden tijd |
| herkapitalisere | aanvoegende wijs |
| herkapitaliserend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben geherkapitaliseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te herkapitaliseren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen herkapitaliseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal geherkapitaliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geherkapitaliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geherkapitaliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal herkapitaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal herkapitaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal herkapitaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou geherkapitaliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geherkapitaliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geherkapitaliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou herkapitaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou herkapitaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou herkapitaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geherkapitaliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geherkapitaliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geherkapitaliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden herkapitaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden herkapitaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden herkapitaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geherkapitaliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt herkapitaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geherkapitaliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geherkapitaliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geherkapitaliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen herkapitaliseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen herkapitaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen herkapitaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen herkapitaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geherkapitaliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult herkapitaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van kapitaliseren met het voorvoegsel her-
Woordfamilie van herkapitaliseren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geherkapitaliseerd | voltooid deelwoord | herkapitaliseren |
| geherkapitaliseerde | woordvorm | herkapitaliseren |
| herkapitaliseer | gebiedende wijs | herkapitaliseren |
| herkapitaliseerde | verleden tijd | herkapitaliseren |
| herkapitaliseerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | herkapitaliseren |
| herkapitaliseert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | herkapitaliseren |
| herkapitalisere | aanvoegende wijs | herkapitaliseren |
| herkapitaliserend | onvoltooid deelwoord | herkapitaliseren |
| herkapitaliserende | woordvorm | herkapitaliseren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van herkapitaliseren zijn vastgelegd.