Naar de inhoud

herinrichten

opnieuw van een inrichting voorzien

herinrichten

werkwoord

Betekenis

  1. opnieuw van een inrichting voorzien

Vervoeging van herinrichten

herinrichtenhele werkwoord — (richtte opnieuw in)verleden tijd enkelvoud — (richtten opnieuw in)verleden tijd meervoud — heringerichtvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik (richt opnieuw in) (richtte opnieuw in)
jij (richt opnieuw in) (richtte opnieuw in)
hij, zij, het (richt opnieuw in) (richtte opnieuw in)
wij (richten opnieuw in) (richtten opnieuw in)
jullie (richten opnieuw in) (richtten opnieuw in)
zij (richten opnieuw in) (richtten opnieuw in)
Alle 136 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben heringericht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent heringericht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is heringericht impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was heringericht impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd heringericht impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt heringericht impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal heringericht worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal heringericht zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou heringericht worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou heringericht zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. (richt opnieuw in) gebiedende wijs
had heringericht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had heringericht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had heringericht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden heringericht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden heringericht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden heringericht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt heringericht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb heringericht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben heringericht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben heringericht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben heringericht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben heringericht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt heringericht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft heringericht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft heringericht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
heringericht verleden tijd, deelwoord
heringericht te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
heringericht te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
heringericht te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
heringericht te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
heringericht te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
heringericht worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
heringericht zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
heringericht zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
heringericht zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
heringericht zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
herinricht bijzin, tegenwoordige tijd
herinrichtend onvoltooid, deelwoord
herinrichtte verleden tijd
herinrichtte bijzin, verleden tijd
herinrichtten bijzin, verleden tijd
is heringericht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is heringericht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
opnieuw in) te (richten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
richtte opnieuw in verleden tijd
te hebben heringericht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen herinrichten opnieuw in) te zullen (richten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart heringericht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren heringericht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren heringericht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren heringericht voltooid, verleden tijd, derde persoon
was heringericht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was heringericht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was heringericht voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd heringericht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd heringericht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd heringericht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden heringericht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden heringericht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden heringericht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt heringericht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word heringericht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden heringericht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden heringericht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden heringericht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt heringericht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt heringericht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal heringericht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal heringericht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal heringericht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal heringericht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal heringericht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal heringericht zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal heringericht zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal herinrichten opnieuw in) zal (richten bijzin, toekomende tijd
zal herinrichten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal herinrichten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal herinrichten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn heringericht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn heringericht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn heringericht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt heringericht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou heringericht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou heringericht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou heringericht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou heringericht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou heringericht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou heringericht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou heringericht zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou heringericht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou heringericht zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou herinrichten opnieuw in) zou (richten bijzin, voorwaardelijk
zou herinrichten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou herinrichten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou herinrichten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou(dt) herinrichten opnieuw in) zou(dt) (richten bijzin, voorwaardelijk
zouden heringericht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden heringericht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden heringericht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden heringericht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden heringericht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden heringericht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden heringericht zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden heringericht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden heringericht zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden herinrichten opnieuw in) zouden (richten bijzin, voorwaardelijk
zouden herinrichten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden herinrichten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden herinrichten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt heringericht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt heringericht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt heringericht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt herinrichten opnieuw in) zoudt (richten bijzin, voorwaardelijk
zoudt herinrichten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen heringericht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen heringericht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen heringericht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen heringericht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen heringericht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen heringericht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen heringericht zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen heringericht zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen heringericht zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen herinrichten opnieuw in) zullen (richten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen herinrichten opnieuw in) zullen (richten bijzin, toekomende tijd
zullen herinrichten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen herinrichten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen herinrichten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult heringericht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult heringericht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult heringericht zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult herinrichten opnieuw in) zult (richten bijzin, toekomende tijd
zult herinrichten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult/zal herinrichten opnieuw in) zult/zal (richten bijzin, toekomende tijd

Herkomst

afleiding van inrichten met het voorvoegsel her-

Woordfamilie van herinrichten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
heringericht voltooid deelwoord herinrichten
heringerichte woordvorm herinrichten
herinricht subordinate-clause, tegenwoordige tijd herinrichten
herinrichte woordvorm herinrichten
herinrichtend onvoltooid deelwoord herinrichten
herinrichtende woordvorm herinrichten
herinrichtte verleden tijd herinrichten
herinrichtten subordinate-clause, verleden tijd herinrichten
richt herin woordvorm herinrichten
richten herin woordvorm herinrichten
richtte herin woordvorm herinrichten
richtten herin woordvorm herinrichten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van herinrichten zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over herinrichten

Wat betekent herinrichten?
Herinrichten is een werkwoord. Het woord betekent: opnieuw van een inrichting voorzien.
Hoe vervoeg je herinrichten?
Je vervoegt herinrichten als volgt: het voltooid deelwoord is heringericht. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord herinrichten is 25 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. H 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. I 1
  5. N 1
  6. R 2
  7. I 1
  8. C 5
  9. H 4
  10. T 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 25 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

herinrichten levert met Wordfeud minimaal 27 en maximaal 111 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. H 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. I 2
  5. N 1
  6. R 2
  7. I 2
  8. C 5
  9. H 4
  10. T 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 27 zonder bonus
  14. 111 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

herinrichten in het kort

herinrichten staat in dit woordenboek als werkwoord. Van herinrichten zijn 86 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort herinrichten bij een woordfamilie van 12 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

herinrichten: opnieuw van een inrichting voorzien
Deel herinrichten — standaardnederlands.nl