herinneren
werkwoord /ɦɛr.'ɪ.nə.rə(n)/Betekenis
- opnieuw in gedachte brengen
- zich ~: uit het geheugen opdiepen
Hoe spreek je herinneren uit?
/hɛrˈɪnərən/
Herinneren bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| ɛ | bed |
| r | rood |
| ɪ | pit |
| n | nek |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van herinneren
herinnerenhele werkwoord — herinnerdeverleden tijd enkelvoud — herinnerdenverleden tijd meervoud — herinnerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | herinner | herinnerde |
| jij | herinnert | herinnerde |
| hij, zij, het | herinnert | herinnerde |
| wij | herinneren | herinnerden |
| jullie | herinneren | herinnerden |
| zij | herinneren | herinnerden |
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben herinnerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent herinnerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is herinnerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was herinnerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd herinnerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt herinnerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal herinnerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal herinnerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou herinnerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou herinnerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had herinnerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had herinnerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had herinnerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden herinnerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden herinnerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden herinnerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt herinnerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb herinnerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben herinnerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben herinnerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben herinnerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben herinnerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt herinnerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft herinnerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft herinnerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| herinner | gebiedende wijs |
| herinner me | eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| herinner u/je , herinnert je | gebiedende wijs |
| herinnerd | verleden tijd, deelwoord |
| herinnerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| herinnerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| herinnerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| herinnerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| herinnerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| herinnerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| herinnerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| herinnerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| herinnerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| herinnerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| herinnerde | verleden tijd |
| herinnerde je | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| herinnerde me | eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| herinnerde u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| herinnerde u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| herinnerde zich | derde persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| herinnerde zich/u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| herinnerde zich/u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| herinnerden je | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| herinnerden ons | eerste persoon, verleden tijd, meervoud |
| herinnerden zich | derde persoon, verleden tijd, meervoud |
| herinnere | aanvoegende wijs |
| herinnere zich | aanvoegende wijs |
| herinneren je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| herinneren ons | eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| herinneren zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| herinnerend | onvoltooid, deelwoord |
| herinnert je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| herinnert u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| herinnert u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| herinnert zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| herinnert zich/u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| herinnert zich/u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| is herinnerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is herinnerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben herinnerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te herinneren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen herinneren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart herinnerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren herinnerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren herinnerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren herinnerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was herinnerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was herinnerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was herinnerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd herinnerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd herinnerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd herinnerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden herinnerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden herinnerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden herinnerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt herinnerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word herinnerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden herinnerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden herinnerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden herinnerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt herinnerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt herinnerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal herinnerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal herinnerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal herinnerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal herinnerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal herinnerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal herinnerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal herinnerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal herinneren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal herinneren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal herinneren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal me herinneren | eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal zich herinneren | derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal, zult je herinneren | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zich herinnerd hebben | verleden tijd |
| zich herinnerend | onvoltooid, deelwoord |
| zijn herinnerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn herinnerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn herinnerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt herinnerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou herinnerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou herinnerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou herinnerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou herinnerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou herinnerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou herinnerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou herinnerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou herinnerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou herinnerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou herinneren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou herinneren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou herinneren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden herinnerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden herinnerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden herinnerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden herinnerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden herinnerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden herinnerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden herinnerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden herinnerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden herinnerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden herinneren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden herinneren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden herinneren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt herinnerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt herinnerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt herinnerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt herinneren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen herinnerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen herinnerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen herinnerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen herinnerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘doen terugdenken aan’ voor het eerst aangetroffen in 1599
Woordfamilie van herinneren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| herinner | gebiedende wijs | herinneren |
| herinnerd | voltooid deelwoord | herinneren |
| herinnerde | verleden tijd | herinneren |
| herinnerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | herinneren |
| herinnere | aanvoegende wijs | herinneren |
| herinnerend | onvoltooid deelwoord | herinneren |
| herinnerende | woordvorm | herinneren |
| herinnert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | herinneren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van herinneren zijn vastgelegd.