Naar de inhoud

herindelen

een andere indeling aan iets geven

herindelen

werkwoord

Betekenis

  1. een andere indeling aan iets geven
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van herindelen

herindelenhele werkwoord — herindeeldeverleden tijd enkelvoud — herindeeldenverleden tijd meervoud — heringedeeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik herindeel herindeelde
jij herindeelt herindeelde
hij, zij, het herindeelt herindeelde
wij herindelen herindeelden
jullie herindelen herindeelden
zij herindelen herindeelden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben heringedeeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent heringedeeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is heringedeeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was heringedeeld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd heringedeeld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt heringedeeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal heringedeeld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal heringedeeld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou heringedeeld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou heringedeeld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had heringedeeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had heringedeeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had heringedeeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden heringedeeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden heringedeeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden heringedeeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt heringedeeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb heringedeeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben heringedeeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben heringedeeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben heringedeeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben heringedeeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt heringedeeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft heringedeeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft heringedeeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
herindeel gebiedende wijs
herindeelde verleden tijd
herindele aanvoegende wijs
herindelend onvoltooid, deelwoord
heringedeeld verleden tijd, deelwoord
heringedeeld te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
heringedeeld te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
heringedeeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
heringedeeld te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
heringedeeld te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
heringedeeld worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
heringedeeld zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
heringedeeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
heringedeeld zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
heringedeeld zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
is heringedeeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is heringedeeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben heringedeeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te herindelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen herindelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart heringedeeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren heringedeeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren heringedeeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren heringedeeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
was heringedeeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was heringedeeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was heringedeeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd heringedeeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd heringedeeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd heringedeeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden heringedeeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden heringedeeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden heringedeeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt heringedeeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word heringedeeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden heringedeeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden heringedeeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden heringedeeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt heringedeeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt heringedeeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal herindelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal herindelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal herindelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal heringedeeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal heringedeeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal heringedeeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal heringedeeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal heringedeeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal heringedeeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal heringedeeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn heringedeeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn heringedeeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn heringedeeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt heringedeeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou herindelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou herindelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou herindelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou heringedeeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou heringedeeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou heringedeeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou heringedeeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou heringedeeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou heringedeeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou heringedeeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou heringedeeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou heringedeeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden herindelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden herindelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden herindelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden heringedeeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden heringedeeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden heringedeeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden heringedeeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden heringedeeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden heringedeeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden heringedeeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden heringedeeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden heringedeeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt herindelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt heringedeeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt heringedeeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt heringedeeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen herindelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen herindelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen herindelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen herindelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen heringedeeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen heringedeeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen heringedeeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen heringedeeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen heringedeeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen heringedeeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen heringedeeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen heringedeeld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen heringedeeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult herindelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult heringedeeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult heringedeeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult heringedeeld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van indelen met het voorvoegsel her-

Woordfamilie van herindelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
deel herin woordvorm herindelen
deelde herin woordvorm herindelen
deelden herin woordvorm herindelen
deelt herin woordvorm herindelen
delen herin woordvorm herindelen
herindeel gebiedende wijs herindelen
herindeelde verleden tijd herindelen
herindeelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon herindelen
herindeelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon herindelen
herindele aanvoegende wijs herindelen
herindelend onvoltooid deelwoord herindelen
herindelende woordvorm herindelen
heringedeeld voltooid deelwoord herindelen
heringedeelde woordvorm herindelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van herindelen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over herindelen

Wat betekent herindelen?
Herindelen is een werkwoord. Het woord betekent: een andere indeling aan iets geven. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je herindelen?
Je vervoegt herindelen als volgt: de tegenwoordige tijd is herindeel, de verleden tijd is herindeelde en het voltooid deelwoord is heringedeeld. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord herindelen is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. H 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. I 1
  5. N 1
  6. D 2
  7. E 1
  8. L 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

herindelen levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. H 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. I 2
  5. N 1
  6. D 2
  7. E 1
  8. L 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 18 zonder bonus
  12. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (H) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

herindelen in het kort

herindelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van herindelen zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort herindelen bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

herindelen: een andere indeling aan iets geven
Deel herindelen — standaardnederlands.nl