Naar de inhoud

herijken

opnieuw aan ijking onderwerpen

herijken

werkwoord

Betekenis

  1. opnieuw aan ijking onderwerpen
  2. overdrachtelijk een beleid of onderdeel daarvan opnieuw bezien
  3. tweede betekenisomschrijving
  4. enz.

Vervoeging van herijken

herijkenhele werkwoord — herijkteverleden tijd enkelvoud — herijktenverleden tijd meervoud — herijktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik herijk herijkte
jij herijkt herijkte
hij, zij, het herijkt herijkte
wij herijken herijkten
jullie herijken herijkten
zij herijken herijkten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben herijkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent herijkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is herijkt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was herijkt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd herijkt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt herijkt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal herijkt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal herijkt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou herijkt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou herijkt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had herijkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had herijkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had herijkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden herijkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden herijkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden herijkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt herijkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb herijkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben herijkt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben herijkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben herijkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben herijkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt herijkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft herijkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft herijkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
herijk gebiedende wijs
herijke aanvoegende wijs
herijkend onvoltooid, deelwoord
herijkt verleden tijd, deelwoord
herijkt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
herijkt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
herijkt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
herijkt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
herijkt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
herijkt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
herijkt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
herijkt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
herijkt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
herijkt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
herijkte verleden tijd
is herijkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is herijkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben herijkt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te herijken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen herijken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart herijkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren herijkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren herijkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren herijkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was herijkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was herijkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was herijkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd herijkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd herijkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd herijkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden herijkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden herijkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden herijkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt herijkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word herijkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden herijkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden herijkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden herijkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt herijkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt herijkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal herijken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal herijken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal herijken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal herijkt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal herijkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal herijkt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal herijkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal herijkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal herijkt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal herijkt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn herijkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn herijkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn herijkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt herijkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou herijken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou herijken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou herijken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou herijkt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou herijkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou herijkt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou herijkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou herijkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou herijkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou herijkt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou herijkt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou herijkt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden herijken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden herijken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden herijken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden herijkt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden herijkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden herijkt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden herijkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden herijkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden herijkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden herijkt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden herijkt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden herijkt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt herijken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt herijkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt herijkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt herijkt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen herijken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen herijken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen herijken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen herijken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen herijkt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen herijkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen herijkt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen herijkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen herijkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen herijkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen herijkt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen herijkt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen herijkt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult herijken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult herijkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult herijkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult herijkt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van ijken met het voorvoegsel her-.

Woordfamilie van herijken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
herijk gebiedende wijs herijken
herijke aanvoegende wijs herijken
herijkend onvoltooid deelwoord herijken
herijkende woordvorm herijken
herijkt voltooid deelwoord herijken
herijkte verleden tijd herijken
herijkten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon herijken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van herijken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over herijken

Wat is de betekenis van herijken?
Herijken is een werkwoord. De betekenis is: opnieuw aan ijking onderwerpen. In totaal staan er 4 betekenissen.
Hoe vervoeg ik herijken?
Zo vervoeg je herijken zo: de tegenwoordige tijd is herijk, de verleden tijd is herijkte en het voltooid deelwoord is herijkt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord herijken is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. H 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. I 1
  5. J 4
  6. K 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

herijken levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. H 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. I 2
  5. J 4
  6. K 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 18 zonder bonus
  10. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (H) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

herijken in het kort

herijken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 4 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van herijken staan er 74 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort herijken bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

herijken: opnieuw aan ijking onderwerpen
Deel herijken — standaardnederlands.nl