herfststorm
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een storm die in het jaargetijde van de herfst woedt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| herfststormen | meervoud |
| herfststormpje | verkleinwoord, enkelvoud |
| herfststormpjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van herfst en storm
Woordfamilie van herfststorm
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| herfststormen | meervoud | herfststorm |
| herfststormpje | verkleinwoord | herfststorm |
| herfststormpjes | verkleinwoord meervoud | herfststorm |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van herfststorm zijn vastgelegd.