zomerstorm
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een storm die in het jaargetijde van de zomer woedt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zomerstormen | meervoud |
| zomerstormpje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zomerstormpjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van zomer en storm
Woordfamilie van zomerstorm
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zomerstormen | meervoud | zomerstorm |
| zomerstormpje | verkleinwoord | zomerstorm |
| zomerstormpjes | verkleinwoord meervoud | zomerstorm |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zomerstorm zijn vastgelegd.