herfsttij
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de tijd van de herfst wanneer de bladeren verkleuren en van de bomen vallen
- een laatste tijd van bloei waarna het verval gaat intreden
- de laatste tijd van het leven
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| herfsttijen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van herfst zn en tij zn
Woordfamilie van herfsttij
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| herfsttijen | meervoud | herfsttij |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van herfsttij zijn vastgelegd.