hengelaar
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die met behulp van een hengel vis tracht te vangen
- technicus in een tv-studio die de camera en/of microfoon met een 'hengel' op de juiste plaats brengt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hengelaars | meervoud |
| hengelaartje | verkleinwoord, enkelvoud |
| hengelaartjes | verkleinwoord, meervoud |
| hengelaren | meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van hengelen met het achtervoegsel -aar
Woordfamilie van hengelaar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hengelaars | meervoud | hengelaar |
| hengelaartje | verkleinwoord | hengelaar |
| hengelaartjes | verkleinwoord meervoud | hengelaar |
| hengelaren | meervoud | hengelaar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hengelaar zijn vastgelegd.