heetlopen
werkwoordBetekenis
- warm worden (bijv. door wrijving)
Vervoeging van heetlopen
heetlopenhele werkwoord — liep heetverleden tijd enkelvoud — liepen heetverleden tijd meervoud — heetgelopenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | loop heet | liep heet |
| jij | loopt heet | liep heet |
| hij, zij, het | loopt heet | liep heet |
| wij | lopen heet | liepen heet |
| jullie | lopen heet | liepen heet |
| zij | lopen heet | liepen heet |
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben heetgelopen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent heetgelopen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| heet te lopen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| heet te zullen lopen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| heet zal lopen | bijzin, toekomende tijd |
| heet zou lopen | bijzin, voorwaardelijk |
| heet zouden lopen | bijzin, voorwaardelijk |
| heet zoudt lopen | bijzin, voorwaardelijk |
| heet zullen lopen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| heet zullen lopen | bijzin, toekomende tijd |
| heet zult lopen | bijzin, toekomende tijd |
| heetgelopen | verleden tijd, deelwoord |
| heetgelopen te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| heetgelopen zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| heetliep | bijzin, verleden tijd |
| heetliepen | bijzin, verleden tijd |
| heetloop | bijzin, tegenwoordige tijd |
| heetloopt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| heetlopend | onvoltooid, deelwoord |
| is heetgelopen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is heetgelopen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| liep heet | verleden tijd |
| loop heet | gebiedende wijs |
| te zijn heetgelopen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen heetlopen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart heetgelopen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren heetgelopen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren heetgelopen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren heetgelopen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was heetgelopen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was heetgelopen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was heetgelopen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal heetgelopen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal heetgelopen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal heetgelopen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal heetlopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal heetlopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal heetlopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal heetlopen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn heetgelopen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn heetgelopen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn heetgelopen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn heetgelopen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt heetgelopen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou heetgelopen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou heetgelopen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou heetgelopen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou heetlopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou heetlopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou heetlopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou heetlopen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) heetlopen heet zou(dt) lopen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden heetgelopen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden heetgelopen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden heetgelopen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden heetlopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden heetlopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden heetlopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden heetlopen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt heetgelopen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt heetlopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt heetlopen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen heetgelopen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen heetgelopen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen heetgelopen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen heetlopen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen heetlopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen heetlopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen heetlopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen heetlopen | bijzin, toekomende tijd |
| zult heetgelopen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult heetlopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult heetlopen | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal heetlopen heet zult/zal lopen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van heet en lopen
Woordfamilie van heetlopen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| heetgelopen | voltooid deelwoord | heetlopen |
| heetliep | subordinate-clause, verleden tijd | heetlopen |
| heetliepen | subordinate-clause, verleden tijd | heetlopen |
| heetloop | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | heetlopen |
| heetloopt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | heetlopen |
| heetlope | with-subordinate-clause | heetlopen |
| heetlopend | onvoltooid deelwoord | heetlopen |
| heetlopende | woordvorm | heetlopen |
| liep heet | verleden tijd | heetlopen |
| liepen heet | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | heetlopen |
| loop heet | gebiedende wijs | heetlopen |
| loopt heet | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | heetlopen |
| lope heet | woordvorm | heetlopen |
| lopen heet | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | heetlopen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van heetlopen zijn vastgelegd.