Naar de inhoud

heetlopen

warm worden (bijv. door wrijving)

heetlopen

werkwoord

Betekenis

  1. warm worden (bijv. door wrijving)

Vervoeging van heetlopen

heetlopenhele werkwoord — liep heetverleden tijd enkelvoud — liepen heetverleden tijd meervoud — heetgelopenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik loop heet liep heet
jij loopt heet liep heet
hij, zij, het loopt heet liep heet
wij lopen heet liepen heet
jullie lopen heet liepen heet
zij lopen heet liepen heet
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben heetgelopen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent heetgelopen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
heet te lopen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
heet te zullen lopen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
heet zal lopen bijzin, toekomende tijd
heet zou lopen bijzin, voorwaardelijk
heet zouden lopen bijzin, voorwaardelijk
heet zoudt lopen bijzin, voorwaardelijk
heet zullen lopen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
heet zullen lopen bijzin, toekomende tijd
heet zult lopen bijzin, toekomende tijd
heetgelopen verleden tijd, deelwoord
heetgelopen te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
heetgelopen zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
heetliep bijzin, verleden tijd
heetliepen bijzin, verleden tijd
heetloop bijzin, tegenwoordige tijd
heetloopt bijzin, tegenwoordige tijd
heetlopend onvoltooid, deelwoord
is heetgelopen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is heetgelopen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
liep heet verleden tijd
loop heet gebiedende wijs
te zijn heetgelopen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen heetlopen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart heetgelopen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren heetgelopen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren heetgelopen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren heetgelopen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was heetgelopen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was heetgelopen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was heetgelopen voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal heetgelopen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal heetgelopen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal heetgelopen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal heetlopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal heetlopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal heetlopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal heetlopen bijzin, toekomende tijd
zijn heetgelopen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn heetgelopen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn heetgelopen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn heetgelopen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt heetgelopen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou heetgelopen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou heetgelopen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou heetgelopen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou heetlopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou heetlopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou heetlopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou heetlopen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) heetlopen heet zou(dt) lopen bijzin, voorwaardelijk
zouden heetgelopen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden heetgelopen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden heetgelopen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden heetlopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden heetlopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden heetlopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden heetlopen bijzin, voorwaardelijk
zoudt heetgelopen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt heetlopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt heetlopen bijzin, voorwaardelijk
zullen heetgelopen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen heetgelopen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen heetgelopen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen heetlopen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen heetlopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen heetlopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen heetlopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen heetlopen bijzin, toekomende tijd
zult heetgelopen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult heetlopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult heetlopen bijzin, toekomende tijd
zult/zal heetlopen heet zult/zal lopen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van heet en lopen

Woordfamilie van heetlopen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
heetgelopen voltooid deelwoord heetlopen
heetliep subordinate-clause, verleden tijd heetlopen
heetliepen subordinate-clause, verleden tijd heetlopen
heetloop subordinate-clause, tegenwoordige tijd heetlopen
heetloopt subordinate-clause, tegenwoordige tijd heetlopen
heetlope with-subordinate-clause heetlopen
heetlopend onvoltooid deelwoord heetlopen
heetlopende woordvorm heetlopen
liep heet verleden tijd heetlopen
liepen heet aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon heetlopen
loop heet gebiedende wijs heetlopen
loopt heet aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon heetlopen
lope heet woordvorm heetlopen
lopen heet aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon heetlopen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van heetlopen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over heetlopen

Wat is de betekenis van heetlopen?
Heetlopen is een werkwoord. De betekenis is: warm worden (bijv. door wrijving).
Hoe vervoeg ik heetlopen?
Zo vervoeg je heetlopen zo: het voltooid deelwoord is heetgelopen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord heetlopen is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. H 4
  2. E 1
  3. E 1
  4. T 2
  5. L 3
  6. O 1
  7. P 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

heetlopen levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. H 4
  2. E 1
  3. E 1
  4. T 2
  5. L 3
  6. O 1
  7. P 4
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 zonder bonus
  11. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (H) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

heetlopen in het kort

heetlopen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van heetlopen staan er 46 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort heetlopen bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

heetlopen: warm worden (bijv. door wrijving)
Deel heetlopen — standaardnederlands.nl