Naar de inhoud

hannesen

klungelen, knoeien

hannesen is meer dan één woord

hannesen

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. klungelen, knoeien

Vervoeging van hannesen

hannesenhele werkwoord — hannesteverleden tijd enkelvoud — hannestenverleden tijd meervoud — gehannestvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik hannes hanneste
jij hannest hanneste
hij, zij, het hannest hanneste
wij hannesen hannesten
jullie hannesen hannesten
zij hannesen hannesten
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gehannest verleden tijd, deelwoord
gehannest te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gehannest zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gehannest voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gehannest voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gehannest voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gehannest voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gehannest voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gehannest voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gehannest voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hannes gebiedende wijs
hannese aanvoegende wijs
hannesend onvoltooid, deelwoord
hanneste verleden tijd
heb gehannest voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gehannest actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gehannest voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gehannest voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gehannest voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gehannest voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gehannest voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gehannest voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hannesen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gehannest actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen hannesen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gehannest hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gehannest hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gehannest hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal hannesen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal hannesen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal hannesen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gehannest hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gehannest hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gehannest hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou hannesen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou hannesen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou hannesen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gehannest hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gehannest hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gehannest hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden hannesen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden hannesen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden hannesen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gehannest hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt hannesen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gehannest hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gehannest hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gehannest hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen hannesen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen hannesen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen hannesen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen hannesen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gehannest hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult hannesen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord hannes

Herkomst

Afgeleid van het zelfstandig naamwoord hannes. In de betekenis van ‘knoeien’ voor het eerst aangetroffen in 1858

Woordfamilie van hannesen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gehannest voltooid deelwoord hannesen
hannese aanvoegende wijs hannesen
hannesend onvoltooid deelwoord hannesen
hannesende woordvorm hannesen
hannest aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon hannesen
hanneste verleden tijd hannesen
hannesten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon hannesen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hannesen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over hannesen

Wat is de betekenis van hannesen?
Hannesen is een werkwoord. De betekenis is: klungelen, knoeien.
Hoe vervoeg ik hannesen?
Zo vervoeg je hannesen zo: de tegenwoordige tijd is hannes, de verleden tijd is hanneste en het voltooid deelwoord is gehannest. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord hannesen is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. H 4
  2. A 1
  3. N 1
  4. N 1
  5. E 1
  6. S 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

hannesen levert met Wordfeud minimaal 12 en maximaal 60 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. H 4
  2. A 1
  3. N 1
  4. N 1
  5. E 1
  6. S 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 12 zonder bonus
  10. 60 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (H) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

hannesen in het kort

hannesen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Van hannesen staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort hannesen bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

hannesen: klungelen, knoeien
Deel hannesen — standaardnederlands.nl