handwortel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- deel van de hand dat de verbinding vormt tussen de voorarm en de middelhand
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| handwortels | meervoud |
| handworteltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| handworteltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van hand en wortel
Woordfamilie van handwortel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| handwortels | meervoud | handwortel |
| handworteltje | verkleinwoord | handwortel |
| handworteltjes | verkleinwoord meervoud | handwortel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van handwortel zijn vastgelegd.