handstand
zelfstandig naamwoord ˈhɑntstɑntBetekenis
- het staan op de handen of nog erger op één hand
Hoe spreek je handstand uit?
/ˈhɑntstɑnt/
Handstand bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| t | tak |
| s | sok |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- positie waarin je jezelf met de benen recht omhoog met de armen gestrekt langs het hoofd van de grond houdt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| handstanden | meervoud |
| handstandje | verkleinwoord, enkelvoud |
| handstandjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van hand zn en stand zn
Woordfamilie van handstand
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| handstanden | meervoud | handstand |
| handstandje | verkleinwoord | handstand |
| handstandjes | verkleinwoord meervoud | handstand |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van handstand zijn vastgelegd.