handspaak
zelfstandig naamwoordBetekenis
- Korte houten hefboom die werd gebruikt bij het verwerken van zware lasten, het bedienen van geschut, het draaien van spillen etc.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| handspaakje | verkleinwoord, enkelvoud |
| handspaakjes | verkleinwoord, meervoud |
| handspaken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van hand en spaak
Woordfamilie van handspaak
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| handspaakje | verkleinwoord | handspaak |
| handspaakjes | verkleinwoord meervoud | handspaak |
| handspaken | meervoud | handspaak |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van handspaak zijn vastgelegd.