handboei
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈhɑndbujBetekenis
- een paar aan elkaar verbonden afsluitbare ringen, meestal van staal of een moeilijk te breken kunststof vervaardigd waarmee iemand de handen gebonden worden
Hoe spreek je handboei uit?
/ˈhɑndbuj/
Handboei bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| d | dak |
| b | bak |
| u | boek |
| j | ja |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| handboeien | meervoud |
| handboeitje | verkleinwoord, enkelvoud |
| handboeitjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van handboeien
- gebiedende wijs van handboeien
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van handboeien
Vervoeging van handboei
handboeihele werkwoord
Herkomst
samenstelling van hand zn en boei zn
Woordfamilie van handboei
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| handboeitje | verkleinwoord | handboei |
| handboeitjes | verkleinwoord meervoud | handboei |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van handboei zijn vastgelegd.