Naar de inhoud

halveren

tot de helft terugbrengen

halveren

werkwoord

Betekenis

  1. tot de helft terugbrengen

Vervoeging van halveren

halverenhele werkwoord — halveerdeverleden tijd enkelvoud — halveerdenverleden tijd meervoud — gehalveerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik halveer halveerde
jij halveert halveerde
hij, zij, het halveert halveerde
wij halveren halveerden
jullie halveren halveerden
zij halveren halveerden
Alle 88 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
er is gehalveerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gehalveerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gehalveerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gehalveerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gehalveerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gehalveerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gehalveerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gehalveerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gehalveerd verleden tijd, deelwoord
gehalveerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gehalveerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gehalveerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gehalveerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gehalveerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gehalveerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gehalveerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gehalveerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gehalveerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gehalveerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gehalveerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gehalveerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gehalveerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gehalveerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gehalveerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gehalveerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gehalveerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
halveer gebiedende wijs
halveerde verleden tijd
halvere aanvoegende wijs
halverend onvoltooid, deelwoord
heb gehalveerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gehalveerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gehalveerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gehalveerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gehalveerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gehalveerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gehalveerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gehalveerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gehalveerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te halveren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gehalveerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen halveren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waren gehalveerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gehalveerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gehalveerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werden gehalveerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
worden gehalveerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gehalveerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
zal gehalveerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gehalveerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gehalveerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gehalveerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gehalveerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal halveren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal halveren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal halveren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gehalveerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zou gehalveerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gehalveerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gehalveerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gehalveerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gehalveerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou halveren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou halveren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou halveren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gehalveerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gehalveerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gehalveerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gehalveerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gehalveerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden halveren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden halveren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden halveren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gehalveerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt halveren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gehalveerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gehalveerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gehalveerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gehalveerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gehalveerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen halveren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen halveren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen halveren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen halveren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gehalveerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult halveren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van half met het achtervoegsel -eren met spellingsregel 1.2.a.

Woordfamilie van halveren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gehalveerd voltooid deelwoord halveren
halveer gebiedende wijs halveren
halveerde verleden tijd halveren
halveerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon halveren
halveert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon halveren
halvere aanvoegende wijs halveren
halverend onvoltooid deelwoord halveren
halverende woordvorm halveren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van halveren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over halveren

Wat is de betekenis van halveren?
Halveren is een werkwoord. De betekenis is: tot de helft terugbrengen.
Hoe vervoeg ik halveren?
Zo vervoeg je halveren zo: de tegenwoordige tijd is halveer, de verleden tijd is halveerde en het voltooid deelwoord is gehalveerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord halveren is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. H 4
  2. A 1
  3. L 3
  4. V 4
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

halveren levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. H 4
  2. A 1
  3. L 3
  4. V 4
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 17 zonder bonus
  10. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (H) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

halveren in het kort

halveren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van halveren staan er 65 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort halveren bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

halveren: tot de helft terugbrengen
Deel halveren — standaardnederlands.nl