Naar de inhoud

hakkelen

in kleine stukjes hakken, ergens kleine stukjes uithakken

hakkelen

werkwoord

Betekenis

  1. in kleine stukjes hakken, ergens kleine stukjes uithakken
  2. moeilijk en onzeker spreken met herhaling van klanken

Vervoeging van hakkelen

hakkelenhele werkwoord — hakkeldeverleden tijd enkelvoud — hakkeldenverleden tijd meervoud — gehakkeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik hakkel hakkelde
jij hakkelt hakkelde
hij, zij, het hakkelt hakkelde
wij hakkelen hakkelden
jullie hakkelen hakkelden
zij hakkelen hakkelden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gehakkeld verleden tijd, deelwoord
gehakkeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gehakkeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gehakkeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gehakkeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gehakkeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gehakkeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gehakkeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gehakkeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gehakkeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hakkel gebiedende wijs
hakkelde verleden tijd
hakkele aanvoegende wijs
hakkelend onvoltooid, deelwoord
heb gehakkeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gehakkeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gehakkeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gehakkeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gehakkeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gehakkeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gehakkeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gehakkeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hakkelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gehakkeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen hakkelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gehakkeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gehakkeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gehakkeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal hakkelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal hakkelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal hakkelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gehakkeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gehakkeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gehakkeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou hakkelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou hakkelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou hakkelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gehakkeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gehakkeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gehakkeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden hakkelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden hakkelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden hakkelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gehakkeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt hakkelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gehakkeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gehakkeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gehakkeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen hakkelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen hakkelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen hakkelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen hakkelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gehakkeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult hakkelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘stamelen’ voor het eerst aangetroffen in 1562

Woordfamilie van hakkelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gehakkeld voltooid deelwoord hakkelen
hakkel gebiedende wijs hakkelen
hakkelde verleden tijd hakkelen
hakkelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon hakkelen
hakkele aanvoegende wijs hakkelen
hakkelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon hakkelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hakkelen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over hakkelen

Wat is de betekenis van hakkelen?
Hakkelen is een werkwoord. De betekenis is: in kleine stukjes hakken, ergens kleine stukjes uithakken. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik hakkelen?
Zo vervoeg je hakkelen zo: de tegenwoordige tijd is hakkel, de verleden tijd is hakkelde en het voltooid deelwoord is gehakkeld. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord hakkelen is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. H 4
  2. A 1
  3. K 3
  4. K 3
  5. E 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

hakkelen levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. H 4
  2. A 1
  3. K 3
  4. K 3
  5. E 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 17 zonder bonus
  10. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (H) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

hakkelen in het kort

hakkelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van hakkelen staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort hakkelen bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

hakkelen: in kleine stukjes hakken, ergens kleine stukjes uithakken
Deel hakkelen — standaardnederlands.nl