hakkelaar
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die moeilijk, haperend, stotterend spreekt
- bijnaam voor een bekende crimineel
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hakkelaars | meervoud |
| hakkelaartje | verkleinwoord, enkelvoud |
| hakkelaartjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van hakkelen met het achtervoegsel -aar
Woordfamilie van hakkelaar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hakkelaars | meervoud | hakkelaar |
| hakkelaartje | verkleinwoord | hakkelaar |
| hakkelaartjes | verkleinwoord meervoud | hakkelaar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hakkelaar zijn vastgelegd.