haagt
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- ondergrondse gang
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| haagten | meervoud |
| haagtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| haagtjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van hagen
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van hagen
- gebiedende wijs meervoud van hagen
Vervoeging van haagt
haagthele werkwoord
Woordfamilie van haagt
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| haagten | meervoud | haagt |
| haagtje | verkleinwoord | haagt |
| haagtjes | verkleinwoord meervoud | haagt |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van haagt zijn vastgelegd.