gruwelen
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈɣrywələ(n)Betekenis
- een gevoel van afgrijzen ondergaan, gruwen
- doen huiveren
Hoe spreek je gruwelen uit?
/ˈxrywələn/
Gruwelen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| r | rood |
| y | fuut |
| w | quiz |
| ə | de |
| l | land |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van gruwelen
gruwelenhele werkwoord — gruweldeverleden tijd enkelvoud — gruweldenverleden tijd meervoud — gegruweldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | gruwel | gruwelde |
| jij | gruwelt | gruwelde |
| hij, zij, het | gruwelt | gruwelde |
| wij | gruwelen | gruwelden |
| jullie | gruwelen | gruwelden |
| zij | gruwelen | gruwelden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| gegruweld | verleden tijd, deelwoord |
| gegruweld te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gegruweld zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gruwel | gebiedende wijs |
| gruwelde | verleden tijd |
| gruwele | aanvoegende wijs |
| gruwelend | onvoltooid, deelwoord |
| had gegruweld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gegruweld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gegruweld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gegruweld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gegruweld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gegruweld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gegruweld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gegruweld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gegruweld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gegruweld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gegruweld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gegruweld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gegruweld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gegruweld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gegruweld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te gruwelen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gegruweld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen gruwelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gegruweld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gegruweld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gegruweld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gruwelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal gruwelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal gruwelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gegruweld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gegruweld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gegruweld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gruwelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou gruwelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou gruwelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gegruweld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gegruweld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gegruweld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gruwelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gruwelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gruwelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gegruweld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gruwelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gegruweld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gegruweld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gegruweld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gruwelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen gruwelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gruwelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gruwelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gegruweld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gruwelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord gruwel
Herkomst
frequentatief gevormd uit gruwen
Woordfamilie van gruwelen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gegruweld | voltooid deelwoord | gruwelen |
| gegruwelde | woordvorm | gruwelen |
| gruwelde | verleden tijd | gruwelen |
| gruwelden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | gruwelen |
| gruwele | aanvoegende wijs | gruwelen |
| gruwelend | onvoltooid deelwoord | gruwelen |
| gruwelende | woordvorm | gruwelen |
| gruwelt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | gruwelen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gruwelen zijn vastgelegd.