grootheid
zelfstandig naamwoord ˈɣrotheitBetekenis
- zaak in zoverre die voor vermeerdering en vermindering vatbaar is, iets meetbaars en/of kwantificeerbaars
- belangrijk personage
Hoe spreek je grootheid uit?
/ˈxrotheit/
Grootheid bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| r | rood |
| o | boot |
| t | tak |
| h | hoed |
| e | veel |
| i | riet |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- iemand met veel maatschappelijk aanzien
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| grootheden | meervoud |
Herkomst
afgeleid van groot met het achtervoegsel -heid
Woordfamilie van grootheid
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| grootheden | meervoud | grootheid |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van grootheid zijn vastgelegd.