grind
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- een erosieprodukt, ontstaan uit gesteente
grind in een zin
- Het pad naar de deur ligt vol grind.
- Onder de tegels kwam een laag grind.
- De banden knerpten door het grind.
zelfstandig naamwoord — neuter
- een erosieproduct, ontstaan uit gesteente
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van grinden
- gebiedende wijs van grinden
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van grinden
Vervoeging van grind
grindhele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Deens, in de betekenis van ‘walvisachtige’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1864