gravel
zelfstandig naamwoord /ˈgrɛ.vɔɫ/Betekenis
- roodkleurige steengruis die doorgaans wordt gebruikt voor de verharding van tennisbanen
- met grind bestrooid.
- met grind bestrooien.
- aan de grond lopen.
- (bij het paard) gekwetst of gekreupeld gaan door een stukje grind tussen hoef en hoefijzer.
- verwarren.
- grind, steengruis, gruis.
- niergruis, niersteen.
Hoe spreek je gravel uit?
/ˈgrɛvɔl/
Gravel bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| g | goal |
| r | rood |
| ɛ | bed |
| v | vis |
| ɔ | bot |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- roodkleurig steengruis dat in de 20e eeuw veel werd gebruikt voor de verharding van tennisbanen en atletiekbanen
- steengruis gebruikt om wegen en paden te verharden
Herkomst
van Engels gravel zn "steengruis gebruikt als wegverharding of ballast" (maar niet met de betekenis "tennisondergrond"); in het Nederlands met de betekenis van ‘dakpannengruis als bestrating’ voor het eerst aangetroffen in 1914