grein
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- een kleine hoeveelheid
- een oude gewichtsmaat ter grootte van 65 miligram
zelfstandig naamwoord — neuter
- een oude gewichtsmaat ter grootte van 65 milligram obsolete
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| greinen | meervoud |
| greintje | verkleinwoord, enkelvoud |
| greintjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van greinen
- gebiedende wijs van greinen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van greinen
Vervoeging van grein
greinhele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘korrel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1287
Woordfamilie van grein
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| greintje | verkleinwoord | grein |
| greintjes | verkleinwoord meervoud | grein |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van grein zijn vastgelegd.