| - |
impersonal, passief
|
| ben gegratieerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| bent gegratieerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| er is gegratieerd |
impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
|
| er was gegratieerd |
impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
|
| er werd gegratieerd |
impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
|
| er wordt gegratieerd |
impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
|
| er zal gegratieerd worden |
impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
|
| er zal gegratieerd zijn |
impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
|
| er zou gegratieerd worden |
impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
|
| er zou gegratieerd zijn |
impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
|
| ev. |
gebiedende wijs
|
| gegratieerd |
verleden tijd, deelwoord
|
| gegratieerd te worden |
infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| gegratieerd te zijn |
infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| gegratieerd te zullen hebben |
actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| gegratieerd te zullen worden |
infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| gegratieerd te zullen zijn |
infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| gegratieerd worden |
infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| gegratieerd zijn |
infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| gegratieerd zullen hebben |
actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| gegratieerd zullen worden |
infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| gegratieerd zullen zijn |
infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| gratieer |
gebiedende wijs
|
| gratieerde |
verleden tijd
|
| gratiëre |
aanvoegende wijs
|
| gratiërend |
onvoltooid, deelwoord
|
| had gegratieerd |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| had gegratieerd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| had gegratieerd |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| hadden gegratieerd |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| hadden gegratieerd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| hadden gegratieerd |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| hadt gegratieerd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| heb gegratieerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| hebben gegratieerd |
actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| hebben gegratieerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| hebben gegratieerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| hebben gegratieerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| hebt gegratieerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| heeft gegratieerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| heeft gegratieerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| is gegratieerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| is gegratieerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| te gratiëren |
actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| te hebben gegratieerd |
actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| te zullen gratiëren |
actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| waart gegratieerd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| waren gegratieerd |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| waren gegratieerd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| waren gegratieerd |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| was gegratieerd |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| was gegratieerd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| was gegratieerd |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| werd gegratieerd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| werd gegratieerd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
|
| werd gegratieerd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| werden gegratieerd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
|
| werden gegratieerd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
|
| werden gegratieerd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| werdt gegratieerd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| word gegratieerd |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| worden gegratieerd |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
|
| worden gegratieerd |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
|
| worden gegratieerd |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| wordt gegratieerd |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
|
| wordt gegratieerd |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| zal gegratieerd hebben |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zal gegratieerd hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zal gegratieerd hebben |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zal gegratieerd worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zal gegratieerd worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
|
| zal gegratieerd zijn |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zal gegratieerd zijn |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zal gratiëren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
|
| zal gratiëren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
|
| zal gratiëren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
|
| zijn gegratieerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| zijn gegratieerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| zijn gegratieerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| zijt gegratieerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| zou gegratieerd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zou gegratieerd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zou gegratieerd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zou gegratieerd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zou gegratieerd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
|
| zou gegratieerd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zou gegratieerd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zou gegratieerd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zou gegratieerd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zou gratiëren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
|
| zou gratiëren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
|
| zou gratiëren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
|
| zouden gegratieerd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zouden gegratieerd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zouden gegratieerd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zouden gegratieerd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
|
| zouden gegratieerd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
|
| zouden gegratieerd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zouden gegratieerd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zouden gegratieerd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zouden gegratieerd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zouden gratiëren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
|
| zouden gratiëren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
|
| zouden gratiëren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
|
| zoudt gegratieerd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zoudt gegratieerd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zoudt gegratieerd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zoudt gratiëren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
|
| zullen gegratieerd hebben |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zullen gegratieerd hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zullen gegratieerd hebben |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zullen gegratieerd worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
|
| zullen gegratieerd worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
|
| zullen gegratieerd worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zullen gegratieerd zijn |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zullen gegratieerd zijn |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zullen gegratieerd zijn |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zullen gratiëren |
actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| zullen gratiëren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
|
| zullen gratiëren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
|
| zullen gratiëren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
|
| zult gegratieerd hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zult gegratieerd worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zult gegratieerd zijn |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zult gratiëren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
|