Naar de inhoud

gratificeren

belonen (met een gratificatie)

gratificeren

werkwoord

Betekenis

  1. belonen (met een gratificatie)
  2. genade verlenen

Vervoeging van gratificeren

gratificerenhele werkwoord — gratificeerdeverleden tijd enkelvoud — gratificeerdenverleden tijd meervoud — gegratificeerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik gratificeer gratificeerde
jij gratificeert gratificeerde
hij, zij, het gratificeert gratificeerde
wij gratificeren gratificeerden
jullie gratificeren gratificeerden
zij gratificeren gratificeerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gegratificeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gegratificeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gegratificeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gegratificeerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gegratificeerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gegratificeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gegratificeerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gegratificeerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gegratificeerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gegratificeerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gegratificeerd verleden tijd, deelwoord
gegratificeerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gegratificeerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gegratificeerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gegratificeerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gegratificeerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gegratificeerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gegratificeerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gegratificeerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gegratificeerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gegratificeerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gratificeer gebiedende wijs
gratificeerde verleden tijd
gratificere aanvoegende wijs
gratificerend onvoltooid, deelwoord
had gegratificeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gegratificeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gegratificeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gegratificeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gegratificeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gegratificeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gegratificeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gegratificeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gegratificeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gegratificeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gegratificeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gegratificeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gegratificeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gegratificeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gegratificeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gegratificeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gegratificeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te gratificeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gegratificeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen gratificeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gegratificeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gegratificeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gegratificeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gegratificeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gegratificeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gegratificeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gegratificeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gegratificeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gegratificeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gegratificeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gegratificeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gegratificeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gegratificeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gegratificeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gegratificeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gegratificeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gegratificeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gegratificeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gegratificeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gegratificeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gegratificeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gegratificeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gegratificeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gegratificeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gegratificeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gegratificeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gegratificeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gratificeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal gratificeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal gratificeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gegratificeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gegratificeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gegratificeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gegratificeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gegratificeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gegratificeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gegratificeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gegratificeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gegratificeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gegratificeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gegratificeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gegratificeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gegratificeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gratificeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou gratificeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou gratificeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gegratificeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gegratificeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gegratificeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gegratificeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gegratificeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gegratificeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gegratificeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gegratificeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gegratificeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gratificeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gratificeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gratificeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gegratificeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gegratificeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gegratificeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gratificeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gegratificeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gegratificeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gegratificeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gegratificeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gegratificeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gegratificeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gegratificeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gegratificeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gegratificeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gratificeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen gratificeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gratificeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gratificeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gegratificeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gegratificeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gegratificeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gratificeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse gratifier (met het achtervoegsel -eren)

Woordfamilie van gratificeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gegratificeerd voltooid deelwoord gratificeren
gegratificeerde woordvorm gratificeren
gratificeer gebiedende wijs gratificeren
gratificeerde verleden tijd gratificeren
gratificeerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon gratificeren
gratificeert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon gratificeren
gratificere aanvoegende wijs gratificeren
gratificerend onvoltooid deelwoord gratificeren
gratificerende woordvorm gratificeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gratificeren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over gratificeren

Wat is de betekenis van gratificeren?
Gratificeren is een werkwoord. De betekenis is: belonen (met een gratificatie). In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik gratificeren?
Zo vervoeg je gratificeren zo: de tegenwoordige tijd is gratificeer, de verleden tijd is gratificeerde en het voltooid deelwoord is gegratificeerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord gratificeren is 24 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. G 3
  2. R 2
  3. A 1
  4. T 2
  5. I 1
  6. F 4
  7. I 1
  8. C 5
  9. E 1
  10. R 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 24 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

gratificeren levert met Wordfeud minimaal 26 en maximaal 108 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. G 3
  2. R 2
  3. A 1
  4. T 2
  5. I 2
  6. F 4
  7. I 2
  8. C 5
  9. E 1
  10. R 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 26 zonder bonus
  14. 108 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

gratificeren in het kort

gratificeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van gratificeren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort gratificeren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

gratificeren: belonen (met een gratificatie)
Deel gratificeren — standaardnederlands.nl