gratificeren
werkwoordBetekenis
- belonen (met een gratificatie)
- genade verlenen
Vervoeging van gratificeren
gratificerenhele werkwoord — gratificeerdeverleden tijd enkelvoud — gratificeerdenverleden tijd meervoud — gegratificeerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | gratificeer | gratificeerde |
| jij | gratificeert | gratificeerde |
| hij, zij, het | gratificeert | gratificeerde |
| wij | gratificeren | gratificeerden |
| jullie | gratificeren | gratificeerden |
| zij | gratificeren | gratificeerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gegratificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gegratificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gegratificeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gegratificeerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gegratificeerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gegratificeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gegratificeerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gegratificeerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gegratificeerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gegratificeerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gegratificeerd | verleden tijd, deelwoord |
| gegratificeerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gegratificeerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gegratificeerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gegratificeerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gegratificeerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gegratificeerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gegratificeerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gegratificeerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gegratificeerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gegratificeerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gratificeer | gebiedende wijs |
| gratificeerde | verleden tijd |
| gratificere | aanvoegende wijs |
| gratificerend | onvoltooid, deelwoord |
| had gegratificeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gegratificeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gegratificeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gegratificeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gegratificeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gegratificeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gegratificeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gegratificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gegratificeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gegratificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gegratificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gegratificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gegratificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gegratificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gegratificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gegratificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gegratificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te gratificeren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gegratificeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen gratificeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gegratificeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gegratificeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gegratificeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gegratificeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gegratificeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gegratificeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gegratificeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gegratificeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gegratificeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gegratificeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gegratificeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gegratificeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gegratificeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gegratificeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gegratificeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gegratificeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gegratificeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gegratificeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gegratificeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gegratificeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gegratificeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gegratificeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gegratificeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gegratificeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gegratificeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gegratificeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gegratificeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gratificeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal gratificeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal gratificeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gegratificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gegratificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gegratificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gegratificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gegratificeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gegratificeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gegratificeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gegratificeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gegratificeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gegratificeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gegratificeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gegratificeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gegratificeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gratificeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou gratificeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou gratificeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gegratificeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gegratificeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gegratificeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gegratificeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gegratificeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gegratificeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gegratificeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gegratificeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gegratificeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gratificeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gratificeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gratificeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gegratificeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gegratificeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gegratificeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gratificeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gegratificeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gegratificeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gegratificeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gegratificeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gegratificeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gegratificeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gegratificeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gegratificeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gegratificeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gratificeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen gratificeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gratificeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gratificeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gegratificeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gegratificeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gegratificeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gratificeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse gratifier (met het achtervoegsel -eren)
Woordfamilie van gratificeren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gegratificeerd | voltooid deelwoord | gratificeren |
| gegratificeerde | woordvorm | gratificeren |
| gratificeer | gebiedende wijs | gratificeren |
| gratificeerde | verleden tijd | gratificeren |
| gratificeerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | gratificeren |
| gratificeert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | gratificeren |
| gratificere | aanvoegende wijs | gratificeren |
| gratificerend | onvoltooid deelwoord | gratificeren |
| gratificerende | woordvorm | gratificeren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gratificeren zijn vastgelegd.