Naar de inhoud

gratiëren

gratie geven, een straf kwijtschelden

gratiëren

werkwoord

Betekenis

  1. gratie geven, een straf kwijtschelden

Vervoeging van gratiëren

gratiërenhele werkwoord — gratieerdeverleden tijd enkelvoud — gratieerdenverleden tijd meervoud — gegratieerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik gratieer gratieerde
jij gratieert gratieerde
hij, zij, het gratieert gratieerde
wij gratiëren gratieerden
jullie gratiëren gratieerden
zij gratiëren gratieerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gegratieerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gegratieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gegratieerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gegratieerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gegratieerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gegratieerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gegratieerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gegratieerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gegratieerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gegratieerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gegratieerd verleden tijd, deelwoord
gegratieerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gegratieerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gegratieerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gegratieerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gegratieerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gegratieerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gegratieerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gegratieerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gegratieerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gegratieerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gratieer gebiedende wijs
gratieerde verleden tijd
gratiëre aanvoegende wijs
gratiërend onvoltooid, deelwoord
had gegratieerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gegratieerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gegratieerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gegratieerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gegratieerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gegratieerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gegratieerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gegratieerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gegratieerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gegratieerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gegratieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gegratieerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gegratieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gegratieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gegratieerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gegratieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gegratieerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te gratiëren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gegratieerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen gratiëren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gegratieerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gegratieerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gegratieerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gegratieerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gegratieerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gegratieerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gegratieerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gegratieerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gegratieerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gegratieerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gegratieerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gegratieerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gegratieerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gegratieerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gegratieerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gegratieerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gegratieerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gegratieerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gegratieerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gegratieerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gegratieerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gegratieerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gegratieerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gegratieerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gegratieerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gegratieerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gegratieerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gratiëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal gratiëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal gratiëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gegratieerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gegratieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gegratieerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gegratieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gegratieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gegratieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gegratieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gegratieerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gegratieerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gegratieerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gegratieerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gegratieerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gegratieerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gratiëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou gratiëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou gratiëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gegratieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gegratieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gegratieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gegratieerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gegratieerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gegratieerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gegratieerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gegratieerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gegratieerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gratiëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gratiëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gratiëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gegratieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gegratieerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gegratieerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gratiëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gegratieerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gegratieerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gegratieerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gegratieerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gegratieerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gegratieerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gegratieerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gegratieerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gegratieerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gratiëren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen gratiëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gratiëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gratiëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gegratieerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gegratieerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gegratieerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gratiëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordfamilie van gratiëren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gegratieerd voltooid deelwoord gratiëren
gegratieerde woordvorm gratiëren
gratieer gebiedende wijs gratiëren
gratieerde verleden tijd gratiëren
gratieerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon gratiëren
gratieert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon gratiëren
gratiëre aanvoegende wijs gratiëren
gratiërend onvoltooid deelwoord gratiëren
gratiërende woordvorm gratiëren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gratiëren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over gratiëren

Wat betekent gratiëren?
Gratiëren is een werkwoord. Het woord betekent: gratie geven, een straf kwijtschelden.
Hoe vervoeg je gratiëren?
Je vervoegt gratiëren als volgt: de tegenwoordige tijd is gratieer, de verleden tijd is gratieerde en het voltooid deelwoord is gegratieerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord gratiëren is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. G 3
  2. R 2
  3. A 1
  4. T 2
  5. I 1
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

gratiëren levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 63 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. G 3
  2. R 2
  3. A 1
  4. T 2
  5. I 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 15 zonder bonus
  11. 63 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (G) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

gratiëren in het kort

gratiëren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van gratiëren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort gratiëren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

gratiëren: gratie geven, een straf kwijtschelden
Deel gratiëren — standaardnederlands.nl