Naar de inhoud

granuleren

(van weefsel) korrelig worden

granuleren

werkwoord

Betekenis

  1. (van weefsel) korrelig worden
  2. korrelig maken
  3. ruw maken

werkwoord

  1. korrelig worden intransitive

Vervoeging van granuleren

granulerenhele werkwoord — granuleerdeverleden tijd enkelvoud — granuleerdenverleden tijd meervoud — gegranuleerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik granuleer granuleerde
jij granuleert granuleerde
hij, zij, het granuleert granuleerde
wij granuleren granuleerden
jullie granuleren granuleerden
zij granuleren granuleerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gegranuleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gegranuleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gegranuleerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gegranuleerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gegranuleerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gegranuleerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gegranuleerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gegranuleerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gegranuleerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gegranuleerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gegranuleerd verleden tijd, deelwoord
gegranuleerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gegranuleerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gegranuleerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gegranuleerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gegranuleerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gegranuleerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gegranuleerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gegranuleerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gegranuleerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gegranuleerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
granuleer gebiedende wijs
granuleerde verleden tijd
granulere aanvoegende wijs
granulerend onvoltooid, deelwoord
had gegranuleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gegranuleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gegranuleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gegranuleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gegranuleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gegranuleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gegranuleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gegranuleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gegranuleerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gegranuleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gegranuleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gegranuleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gegranuleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gegranuleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gegranuleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gegranuleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gegranuleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te granuleren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gegranuleerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen granuleren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gegranuleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gegranuleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gegranuleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gegranuleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gegranuleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gegranuleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gegranuleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gegranuleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gegranuleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gegranuleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gegranuleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gegranuleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gegranuleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gegranuleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gegranuleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gegranuleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gegranuleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gegranuleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gegranuleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gegranuleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gegranuleerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gegranuleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gegranuleerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gegranuleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gegranuleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gegranuleerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gegranuleerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal granuleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal granuleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal granuleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gegranuleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gegranuleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gegranuleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gegranuleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gegranuleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gegranuleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gegranuleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gegranuleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gegranuleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gegranuleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gegranuleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gegranuleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gegranuleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou granuleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou granuleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou granuleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gegranuleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gegranuleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gegranuleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gegranuleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gegranuleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gegranuleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gegranuleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gegranuleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gegranuleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden granuleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden granuleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden granuleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gegranuleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gegranuleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gegranuleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt granuleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gegranuleerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gegranuleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gegranuleerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gegranuleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gegranuleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gegranuleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gegranuleerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gegranuleerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gegranuleerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen granuleren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen granuleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen granuleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen granuleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gegranuleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gegranuleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gegranuleerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult granuleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse granuler (met het achtervoegsel -eren)

Woordfamilie van granuleren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gegranuleerd voltooid deelwoord granuleren
gegranuleerde woordvorm granuleren
granuleer gebiedende wijs granuleren
granuleerde verleden tijd granuleren
granuleerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon granuleren
granuleert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon granuleren
granulere aanvoegende wijs granuleren
granulerend onvoltooid deelwoord granuleren
granulerende woordvorm granuleren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van granuleren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over granuleren

Wat is de betekenis van granuleren?
Granuleren is een werkwoord. De betekenis is: (van weefsel) korrelig worden. In totaal staan er 4 betekenissen.
Hoe vervoeg ik granuleren?
Zo vervoeg je granuleren zo: de tegenwoordige tijd is granuleer, de verleden tijd is granuleerde en het voltooid deelwoord is gegranuleerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord granuleren is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. G 3
  2. R 2
  3. A 1
  4. N 1
  5. U 4
  6. L 3
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

granuleren levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. G 3
  2. R 2
  3. A 1
  4. N 1
  5. U 2
  6. L 3
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 17 zonder bonus
  12. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (G) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

granuleren in het kort

granuleren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 4 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van granuleren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort granuleren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

granuleren: (van weefsel) korrelig worden
Deel granuleren — standaardnederlands.nl