granuleren
werkwoordBetekenis
- (van weefsel) korrelig worden
- korrelig maken
- ruw maken
werkwoord
- korrelig worden intransitive
Vervoeging van granuleren
granulerenhele werkwoord — granuleerdeverleden tijd enkelvoud — granuleerdenverleden tijd meervoud — gegranuleerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | granuleer | granuleerde |
| jij | granuleert | granuleerde |
| hij, zij, het | granuleert | granuleerde |
| wij | granuleren | granuleerden |
| jullie | granuleren | granuleerden |
| zij | granuleren | granuleerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gegranuleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gegranuleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gegranuleerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gegranuleerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gegranuleerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gegranuleerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gegranuleerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gegranuleerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gegranuleerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gegranuleerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gegranuleerd | verleden tijd, deelwoord |
| gegranuleerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gegranuleerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gegranuleerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gegranuleerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gegranuleerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gegranuleerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gegranuleerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gegranuleerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gegranuleerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gegranuleerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| granuleer | gebiedende wijs |
| granuleerde | verleden tijd |
| granulere | aanvoegende wijs |
| granulerend | onvoltooid, deelwoord |
| had gegranuleerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gegranuleerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gegranuleerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gegranuleerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gegranuleerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gegranuleerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gegranuleerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gegranuleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gegranuleerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gegranuleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gegranuleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gegranuleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gegranuleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gegranuleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gegranuleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gegranuleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gegranuleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te granuleren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gegranuleerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen granuleren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gegranuleerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gegranuleerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gegranuleerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gegranuleerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gegranuleerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gegranuleerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gegranuleerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gegranuleerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gegranuleerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gegranuleerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gegranuleerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gegranuleerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gegranuleerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gegranuleerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gegranuleerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gegranuleerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gegranuleerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gegranuleerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gegranuleerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gegranuleerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gegranuleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gegranuleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gegranuleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gegranuleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gegranuleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gegranuleerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gegranuleerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal granuleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal granuleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal granuleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gegranuleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gegranuleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gegranuleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gegranuleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gegranuleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gegranuleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gegranuleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gegranuleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gegranuleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gegranuleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gegranuleerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gegranuleerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gegranuleerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou granuleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou granuleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou granuleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gegranuleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gegranuleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gegranuleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gegranuleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gegranuleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gegranuleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gegranuleerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gegranuleerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gegranuleerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden granuleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden granuleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden granuleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gegranuleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gegranuleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gegranuleerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt granuleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gegranuleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gegranuleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gegranuleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gegranuleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gegranuleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gegranuleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gegranuleerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gegranuleerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gegranuleerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen granuleren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen granuleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen granuleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen granuleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gegranuleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gegranuleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gegranuleerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult granuleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse granuler (met het achtervoegsel -eren)
Woordfamilie van granuleren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gegranuleerd | voltooid deelwoord | granuleren |
| gegranuleerde | woordvorm | granuleren |
| granuleer | gebiedende wijs | granuleren |
| granuleerde | verleden tijd | granuleren |
| granuleerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | granuleren |
| granuleert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | granuleren |
| granulere | aanvoegende wijs | granuleren |
| granulerend | onvoltooid deelwoord | granuleren |
| granulerende | woordvorm | granuleren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van granuleren zijn vastgelegd.