graai
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- een vlugge greep naar iets dat ligt
- graaien
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| graaien | meervoud |
| graaitje | verkleinwoord, enkelvoud |
| graaitjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van graaien
- gebiedende wijs van graaien
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van graaien
Vervoeging van graai
graaihele werkwoord
Woordfamilie van graai
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| graaitje | verkleinwoord | graai |
| graaitjes | verkleinwoord meervoud | graai |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van graai zijn vastgelegd.