graaien
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- met de handen ergens in rondtasten
- ~ uit stelen, wegpakken
- zich op oneerlijke of discutabele wijze verrijken bij de uitoefening van zijn functie
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord graai
Vervoeging van graaien
graaienhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘met de handen rondtasten’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1617
Woordfamilie van graaien
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gegraaid | woordvorm | graaien |
| gegraaide | woordvorm | graaien |
| graaide | woordvorm | graaien |
| graaiden | woordvorm | graaien |
| graaie | woordvorm | graaien |
| graaiend | woordvorm | graaien |
| graaiende | woordvorm | graaien |
| graait | woordvorm | graaien |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van graaien zijn vastgelegd.