Naar de inhoud

gluipen

vals zijn en/of huichelachtig kijken

gluipen

werkwoord

Betekenis

  1. vals zijn en/of huichelachtig kijken

Vervoeging van gluipen

gluipenhele werkwoord — gluipteverleden tijd enkelvoud — gluiptenverleden tijd meervoud — gegluiptvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik gluip gluipte
jij gluipt gluipte
hij, zij, het gluipt gluipte
wij gluipen gluipten
jullie gluipen gluipten
zij gluipen gluipten
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gegluipt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gegluipt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gegluipt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gegluipt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gegluipt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gegluipt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gegluipt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gegluipt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gegluipt verleden tijd, deelwoord
gegluipt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gegluipt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gluip gebiedende wijs
gluipe aanvoegende wijs
gluipend onvoltooid, deelwoord
gluipte verleden tijd
had gegluipt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gegluipt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gegluipt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gegluipt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gegluipt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gegluipt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gegluipt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gegluipt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gegluipt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gegluipt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gegluipt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gegluipt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gegluipt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gegluipt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gegluipt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te gluipen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gegluipt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen gluipen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gegluipt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gegluipt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gegluipt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gluipen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal gluipen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal gluipen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gegluipt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gegluipt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gegluipt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gluipen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou gluipen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou gluipen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gegluipt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gegluipt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gegluipt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gluipen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gluipen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gluipen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gegluipt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gluipen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gegluipt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gegluipt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gegluipt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gluipen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen gluipen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gluipen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gluipen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gegluipt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gluipen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘loeren’ voor het eerst aangetroffen in 1573

Woordfamilie van gluipen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gegluipt voltooid deelwoord gluipen
gluip gebiedende wijs gluipen
gluipe aanvoegende wijs gluipen
gluipend onvoltooid deelwoord gluipen
gluipende woordvorm gluipen
gluipt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon gluipen
gluipte verleden tijd gluipen
gluipten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon gluipen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gluipen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over gluipen

Wat betekent gluipen?
Gluipen is een werkwoord. Het woord betekent: vals zijn en/of huichelachtig kijken.
Hoe vervoeg je gluipen?
Je vervoegt gluipen als volgt: de tegenwoordige tijd is gluip, de verleden tijd is gluipte en het voltooid deelwoord is gegluipt. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord gluipen is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. G 3
  2. L 3
  3. U 4
  4. I 1
  5. P 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

gluipen levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 112 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. G 3
  2. L 3
  3. U 2
  4. I 2
  5. P 4
  6. E 1
  7. N 1
  8. 16 zonder bonus
  9. 112 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

gluipen telt 7 letters, waarvan 7 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

gluipen in het kort

gluipen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van gluipen zijn 40 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort gluipen bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

gluipen: vals zijn en/of huichelachtig kijken
Deel gluipen — standaardnederlands.nl