Naar de inhoud

glimlachen

zacht onhoorbaar lachen

glimlachen is meer dan één woord

glimlachen

werkwoord, zelfstandig naamwoord /'ɣlɪmlɑχən/

Betekenis

  1. zacht onhoorbaar lachen

Hoe spreek je glimlachen uit?

/ˈxlɪmlɑxən/

Glimlachen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈxlɪmlɑxən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
x acht
l land
ɪ pit
m maan
ɑ bad
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van glimlachen

glimlachenhele werkwoord — glimlachteverleden tijd enkelvoud — glimlachtenverleden tijd meervoud — geglimlachtvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik glimlach glimlachte
jij glimlacht glimlachte
hij, zij, het glimlacht glimlachte
wij glimlachen glimlachten
jullie glimlachen glimlachten
zij glimlachen glimlachten
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
geglimlacht verleden tijd, deelwoord
geglimlacht te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geglimlacht zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
glimlach gebiedende wijs
glimlache aanvoegende wijs
glimlachend onvoltooid, deelwoord
glimlachte verleden tijd
had geglimlacht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geglimlacht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geglimlacht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geglimlacht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geglimlacht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geglimlacht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geglimlacht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geglimlacht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geglimlacht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geglimlacht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geglimlacht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geglimlacht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geglimlacht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geglimlacht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geglimlacht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te glimlachen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geglimlacht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen glimlachen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal geglimlacht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geglimlacht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geglimlacht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal glimlachen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal glimlachen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal glimlachen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou geglimlacht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geglimlacht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geglimlacht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou glimlachen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou glimlachen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou glimlachen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geglimlacht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geglimlacht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geglimlacht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden glimlachen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden glimlachen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden glimlachen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geglimlacht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt glimlachen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geglimlacht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geglimlacht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geglimlacht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen glimlachen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen glimlachen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen glimlachen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen glimlachen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geglimlacht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult glimlachen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord glimlach

Woordfamilie van glimlachen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geglimlacht voltooid deelwoord glimlachen
glimlache aanvoegende wijs glimlachen
glimlacht aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon glimlachen
glimlachte verleden tijd glimlachen
glimlachten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon glimlachen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van glimlachen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over glimlachen

Hoe spreek je glimlachen uit?
De uitspraak van glimlachen is: /'ɣlɪmlɑχən/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent glimlachen?
Glimlachen is een werkwoord. Het woord betekent: zacht onhoorbaar lachen.
Hoe vervoeg je glimlachen?
Je vervoegt glimlachen als volgt: de tegenwoordige tijd is glimlach, de verleden tijd is glimlachte en het voltooid deelwoord is geglimlacht. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord glimlachen is 25 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. G 3
  2. L 3
  3. I 1
  4. M 3
  5. L 3
  6. A 1
  7. C 5
  8. H 4
  9. E 1
  10. N 1
  11. 25 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

glimlachen levert met Wordfeud minimaal 26 en maximaal 108 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. G 3
  2. L 3
  3. I 2
  4. M 3
  5. L 3
  6. A 1
  7. C 5
  8. H 4
  9. E 1
  10. N 1
  11. 26 zonder bonus
  12. 108 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

glimlachen in het kort

glimlachen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Van glimlachen zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort glimlachen bij een woordfamilie van 5 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

glimlachen: zacht onhoorbaar lachen
Deel glimlachen — standaardnederlands.nl