Naar de inhoud

glariën

(van mensen en andere wezens met ogen) door ziekte of heftige gevoelens met glimmende ogen kijken of met glazen blik verwilderd staren

glariën

werkwoord ˈɣlarijə(n)

Betekenis

  1. (van mensen en andere wezens met ogen) door ziekte of heftige gevoelens met glimmende ogen kijken of met glazen blik verwilderd staren
  2. (van dingen) licht weerspiegelen of uitstralen met wisselende sterkte

Hoe spreek je glariën uit?

/ˈxlarijən/

Glariën bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈxlarijən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
x acht
l land
a maan
r rood
i riet
j ja
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. door ziekte of heftige gevoelens met glimmende ogen kijken of met glazen blik verwilderd staren unergative
  2. licht weerspiegelen of uitstralen met wisselende sterkte

Vervoeging van glariën

glariënhele werkwoord — glariedeverleden tijd enkelvoud — glariedenverleden tijd meervoud — geglariedvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik glarie glariede
jij glariet glariede
hij, zij, het glariet glariede
wij glariën glarieden
jullie glariën glarieden
zij glariën glarieden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is geglaried impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geglaried impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geglaried impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geglaried impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geglaried worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geglaried zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geglaried worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geglaried zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geglaried verleden tijd, deelwoord
geglaried te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geglaried zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
glarie gebiedende wijs
glariede verleden tijd
glarië aanvoegende wijs
glariënd onvoltooid, deelwoord
had geglaried voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geglaried voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geglaried voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geglaried voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geglaried voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geglaried voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geglaried voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geglaried voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geglaried actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geglaried voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geglaried voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geglaried voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geglaried voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geglaried voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geglaried voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te glariën actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geglaried actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen glariën actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal geglaried hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geglaried hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geglaried hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal glariën aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal glariën aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal glariën aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou geglaried hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geglaried hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geglaried hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou glariën aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou glariën aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou glariën aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geglaried hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geglaried hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geglaried hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden glariën aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden glariën aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden glariën aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geglaried hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt glariën aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geglaried hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geglaried hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geglaried hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen glariën actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen glariën aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen glariën aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen glariën aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geglaried hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult glariën aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

van Middelnederlands glaren ww "schitteren of glinsteren, vooral van de ogen" en glarie "glans, gloed of schittering van de ogen"; cognaat met "glas" en Engels glare

Woordfamilie van glariën

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geglaried voltooid deelwoord glariën
glarie gebiedende wijs glariën
glariede verleden tijd glariën
glarieden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon glariën
glariet aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon glariën
glarië aanvoegende wijs glariën
glariënd onvoltooid deelwoord glariën
glariënde woordvorm glariën

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van glariën zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over glariën

Hoe spreek je glariën uit?
De uitspraak van glariën is: /ˈɣlarijə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent glariën?
Glariën is een werkwoord. Het woord betekent: (van mensen en andere wezens met ogen) door ziekte of heftige gevoelens met glimmende ogen kijken of met glazen blik verwilderd staren. Deze pagina beschrijft 4 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je glariën?
Je vervoegt glariën als volgt: de tegenwoordige tijd is glarie, de verleden tijd is glariede en het voltooid deelwoord is geglaried. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord glariën is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. G 3
  2. L 3
  3. A 1
  4. R 2
  5. I 1
  6. E 1
  7. N 1
  8. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

glariën levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 97 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. G 3
  2. L 3
  3. A 1
  4. R 2
  5. I 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 13 zonder bonus
  9. 97 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (G) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

glariën in het kort

glariën staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 4 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van glariën zijn 40 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort glariën bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

glariën: (van mensen en andere wezens met ogen) door ziekte of heftige gevoelens met glimmende ogen kijken of met glazen blik verwilderd staren
Deel glariën — standaardnederlands.nl