Naar de inhoud

gladmaken

gelijk, effen maken

gladmaken

werkwoord

Betekenis

  1. gelijk, effen maken
  2. glanzig, glimmend maken, polijsten
  3. vereffenen, aanzuiveren

Vervoeging van gladmaken

gladmakenhele werkwoord — maakte gladverleden tijd enkelvoud — maakten gladverleden tijd meervoud — gladgemaaktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik maak glad maakte glad
jij maakt glad maakte glad
hij, zij, het maakt glad maakte glad
wij maken glad maakten glad
jullie maken glad maakten glad
zij maken glad maakten glad
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gladgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gladgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gladgemaakt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gladgemaakt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gladgemaakt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gladgemaakt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gladgemaakt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gladgemaakt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gladgemaakt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gladgemaakt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
glad te maken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
glad te zullen maken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
glad zal maken bijzin, toekomende tijd
glad zou maken bijzin, voorwaardelijk
glad zouden maken bijzin, voorwaardelijk
glad zoudt maken bijzin, voorwaardelijk
glad zullen maken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
glad zullen maken bijzin, toekomende tijd
glad zult maken bijzin, toekomende tijd
gladgemaakt verleden tijd, deelwoord
gladgemaakt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gladgemaakt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gladgemaakt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gladgemaakt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gladgemaakt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gladgemaakt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gladgemaakt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gladgemaakt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gladgemaakt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gladgemaakt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gladmaak bijzin, tegenwoordige tijd
gladmaakt bijzin, tegenwoordige tijd
gladmaakte bijzin, verleden tijd
gladmaakten bijzin, verleden tijd
gladmakend onvoltooid, deelwoord
had gladgemaakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gladgemaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gladgemaakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gladgemaakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gladgemaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gladgemaakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gladgemaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gladgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gladgemaakt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gladgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gladgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gladgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gladgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gladgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gladgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gladgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gladgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
maak glad gebiedende wijs
maakte glad verleden tijd
te hebben gladgemaakt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen gladmaken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gladgemaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gladgemaakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gladgemaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gladgemaakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gladgemaakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gladgemaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gladgemaakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gladgemaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gladgemaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gladgemaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gladgemaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gladgemaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gladgemaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gladgemaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gladgemaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gladgemaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gladgemaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gladgemaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gladgemaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gladgemaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gladgemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gladgemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gladgemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gladgemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gladgemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gladgemaakt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gladgemaakt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gladmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal gladmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal gladmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gladmaken bijzin, toekomende tijd
zijn gladgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gladgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gladgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gladgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gladgemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gladgemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gladgemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gladgemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gladgemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gladgemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gladgemaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gladgemaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gladgemaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gladmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou gladmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou gladmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gladmaken bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) gladmaken glad zou(dt) maken bijzin, voorwaardelijk
zouden gladgemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gladgemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gladgemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gladgemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gladgemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gladgemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gladgemaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gladgemaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gladgemaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gladmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gladmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gladmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gladmaken bijzin, voorwaardelijk
zoudt gladgemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gladgemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gladgemaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gladmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gladmaken bijzin, voorwaardelijk
zullen gladgemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gladgemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gladgemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gladgemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gladgemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gladgemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gladgemaakt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gladgemaakt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gladgemaakt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gladmaken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen gladmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gladmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gladmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gladmaken bijzin, toekomende tijd
zult gladgemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van glad en maken

Woordfamilie van gladmaken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gladgemaakt voltooid deelwoord gladmaken
gladgemaakte woordvorm gladmaken
gladmaak subordinate-clause, tegenwoordige tijd gladmaken
gladmaakt subordinate-clause, tegenwoordige tijd gladmaken
gladmaakte subordinate-clause, verleden tijd gladmaken
gladmaakten subordinate-clause, verleden tijd gladmaken
gladmake with-subordinate-clause gladmaken
gladmakend onvoltooid deelwoord gladmaken
gladmakende woordvorm gladmaken
maak glad gebiedende wijs gladmaken
maakt glad aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon gladmaken
maakte glad verleden tijd gladmaken
maakten glad aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon gladmaken
make glad woordvorm gladmaken
maken glad aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon gladmaken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gladmaken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over gladmaken

Wat betekent gladmaken?
Gladmaken is een werkwoord. Het woord betekent: gelijk, effen maken. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je gladmaken?
Je vervoegt gladmaken als volgt: het voltooid deelwoord is gladgemaakt. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord gladmaken is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. G 3
  2. L 3
  3. A 1
  4. D 2
  5. M 3
  6. A 1
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

gladmaken levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. G 3
  2. L 3
  3. A 1
  4. D 2
  5. M 3
  6. A 1
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 zonder bonus
  11. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (G) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

gladmaken in het kort

gladmaken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van gladmaken zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort gladmaken bij een woordfamilie van 15 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

gladmaken: gelijk, effen maken
Deel gladmaken — standaardnederlands.nl