gijzelhouder
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die personen in gijzeling houdt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gijzelhouders | meervoud |
| gijzelhoudertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| gijzelhoudertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Samenstellende afleiding van gijzel en de stam van houden met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van gijzelhouder
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gijzelhouders | meervoud | gijzelhouder |
| gijzelhoudertje | verkleinwoord | gijzelhouder |
| gijzelhoudertjes | verkleinwoord meervoud | gijzelhouder |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gijzelhouder zijn vastgelegd.