gewagen
werkwoordBetekenis
- ~ van over iets praten, iets vermelden
Vervoeging van gewagen
gewagenhele werkwoord — gewaagdeverleden tijd enkelvoud — gewaagdenverleden tijd meervoud — gewaagdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | gewaag | gewaagde |
| jij | gewaagt | gewaagde |
| hij, zij, het | gewaagt | gewaagde |
| wij | gewagen | gewaagden |
| jullie | gewagen | gewaagden |
| zij | gewagen | gewaagden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| gewaag | gebiedende wijs |
| gewaagd | verleden tijd, deelwoord |
| gewaagd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gewaagd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gewaagde | verleden tijd |
| gewage | aanvoegende wijs |
| gewagend | onvoltooid, deelwoord |
| had gewaagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gewaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gewaagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gewaagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gewaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gewaagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gewaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gewaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gewaagd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gewaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gewaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gewaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gewaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gewaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gewaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te gewagen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gewaagd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen gewagen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gewaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gewaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gewaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gewagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal gewagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal gewagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gewaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gewaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gewaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gewagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou gewagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou gewagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gewaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gewaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gewaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gewagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gewagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gewagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gewaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gewagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gewaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gewaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gewaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gewagen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen gewagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gewagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gewagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gewaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gewagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘vermelden’ voor het eerst aangetroffen in 1236
Woordfamilie van gewagen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gewaag | gebiedende wijs | gewagen |
| gewaagden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | gewagen |
| gewaagt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | gewagen |
| gewage | aanvoegende wijs | gewagen |
| gewagend | onvoltooid deelwoord | gewagen |
| gewagende | woordvorm | gewagen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gewagen zijn vastgelegd.