Naar de inhoud

gewagen

~ van over iets praten, iets vermelden

gewagen

werkwoord

Betekenis

  1. ~ van over iets praten, iets vermelden

Vervoeging van gewagen

gewagenhele werkwoord — gewaagdeverleden tijd enkelvoud — gewaagdenverleden tijd meervoud — gewaagdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik gewaag gewaagde
jij gewaagt gewaagde
hij, zij, het gewaagt gewaagde
wij gewagen gewaagden
jullie gewagen gewaagden
zij gewagen gewaagden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gewaag gebiedende wijs
gewaagd verleden tijd, deelwoord
gewaagd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gewaagd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gewaagde verleden tijd
gewage aanvoegende wijs
gewagend onvoltooid, deelwoord
had gewaagd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gewaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gewaagd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gewaagd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gewaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gewaagd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gewaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gewaagd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gewaagd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gewaagd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gewaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gewaagd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gewaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gewaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gewaagd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te gewagen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gewaagd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen gewagen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gewaagd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gewaagd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gewaagd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gewagen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal gewagen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal gewagen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gewaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gewaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gewaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gewagen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou gewagen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou gewagen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gewaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gewaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gewaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gewagen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gewagen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gewagen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gewaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gewagen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gewaagd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gewaagd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gewaagd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gewagen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen gewagen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gewagen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gewagen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gewaagd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gewagen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘vermelden’ voor het eerst aangetroffen in 1236

Woordfamilie van gewagen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gewaag gebiedende wijs gewagen
gewaagden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon gewagen
gewaagt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon gewagen
gewage aanvoegende wijs gewagen
gewagend onvoltooid deelwoord gewagen
gewagende woordvorm gewagen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gewagen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over gewagen

Wat is de betekenis van gewagen?
Gewagen is een werkwoord. De betekenis is: ~ van over iets praten, iets vermelden.
Hoe vervoeg ik gewagen?
Zo vervoeg je gewagen zo: de tegenwoordige tijd is gewaag, de verleden tijd is gewaagde en het voltooid deelwoord is gewaagd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord gewagen is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. G 3
  2. E 1
  3. W 5
  4. A 1
  5. G 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

gewagen levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 115 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. G 3
  2. E 1
  3. W 5
  4. A 1
  5. G 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 15 zonder bonus
  9. 115 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

gewagen telt 7 letters, waarvan 5 verschillende, want 2 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

gewagen in het kort

gewagen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van gewagen staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort gewagen bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

gewagen: ~ van over iets praten, iets vermelden
Deel gewagen — standaardnederlands.nl