gevangennemen
werkwoordBetekenis
- iemand van zijn vrijheid beroven en in hechtenis nemen
Vervoeging van gevangennemen
gevangennemenhele werkwoord — nam gevangenverleden tijd enkelvoud — namen gevangenverleden tijd meervoud — gevangengenomenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | neem gevangen | nam gevangen |
| jij | neemt gevangen | naamt gevangen |
| hij, zij, het | neemt gevangen | nam gevangen |
| wij | nemen gevangen | namen gevangen |
| jullie | nemen gevangen | namen gevangen |
| zij | nemen gevangen | namen gevangen |
Alle 146 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gevangengenomen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gevangengenomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gevangengenomen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gevangengenomen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gevangengenomen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gevangengenomen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gevangengenomen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gevangengenomen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gevangengenomen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gevangengenomen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gevangen te nemen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gevangen te zullen nemen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gevangen zal nemen | bijzin, toekomende tijd |
| gevangen zou nemen | bijzin, voorwaardelijk |
| gevangen zouden nemen | bijzin, voorwaardelijk |
| gevangen zoudt nemen | bijzin, voorwaardelijk |
| gevangen zullen nemen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gevangen zullen nemen | bijzin, toekomende tijd |
| gevangen zult nemen | bijzin, toekomende tijd |
| gevangengenomen | verleden tijd, deelwoord |
| gevangengenomen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gevangengenomen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gevangengenomen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gevangengenomen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gevangengenomen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gevangengenomen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gevangengenomen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gevangengenomen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gevangengenomen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gevangengenomen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gevangennaamt | bijzin, verleden tijd |
| gevangennam | bijzin, verleden tijd |
| gevangennamen | bijzin, verleden tijd |
| gevangenneem | bijzin, tegenwoordige tijd |
| gevangenneemt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| gevangennemend | onvoltooid, deelwoord |
| had gevangengenomen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gevangengenomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gevangengenomen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gevangengenomen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gevangengenomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gevangengenomen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gevangengenomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gevangengenomen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gevangengenomen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gevangengenomen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gevangengenomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gevangengenomen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gevangengenomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gevangengenomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gevangengenomen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gevangengenomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gevangengenomen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| nam gevangen | verleden tijd |
| neem gevangen | gebiedende wijs |
| te hebben gevangengenomen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen gevangennemen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gevangengenomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gevangengenomen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gevangengenomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gevangengenomen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gevangengenomen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gevangengenomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gevangengenomen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gevangengenomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gevangengenomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gevangengenomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gevangengenomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gevangengenomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gevangengenomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gevangengenomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gevangengenomen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gevangengenomen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gevangengenomen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gevangengenomen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gevangengenomen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gevangengenomen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gevangengenomen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gevangengenomen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gevangengenomen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gevangengenomen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gevangengenomen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gevangengenomen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gevangengenomen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gevangennemen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal gevangennemen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal gevangennemen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gevangennemen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn gevangengenomen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gevangengenomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gevangengenomen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gevangengenomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gevangengenomen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gevangengenomen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gevangengenomen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gevangengenomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gevangengenomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gevangengenomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gevangengenomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gevangengenomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gevangengenomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gevangennemen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou gevangennemen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou gevangennemen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gevangennemen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) gevangennemen gevangen zou(dt) nemen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden gevangengenomen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gevangengenomen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gevangengenomen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gevangengenomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gevangengenomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gevangengenomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gevangengenomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gevangengenomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gevangengenomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gevangennemen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gevangennemen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gevangennemen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gevangennemen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt gevangengenomen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gevangengenomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gevangengenomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gevangennemen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gevangennemen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen gevangengenomen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gevangengenomen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gevangengenomen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gevangengenomen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gevangengenomen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gevangengenomen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gevangengenomen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gevangengenomen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gevangengenomen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gevangennemen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen gevangennemen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gevangennemen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gevangennemen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gevangennemen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van gevangen en nemen
Woordfamilie van gevangennemen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gevangennam | subordinate-clause, verleden tijd | gevangennemen |
| gevangenneem | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | gevangennemen |
| gevangenneemt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | gevangennemen |
| gevangenneme | with-subordinate-clause | gevangennemen |
| gevangennemend | onvoltooid deelwoord | gevangennemen |
| gevangennemende | woordvorm | gevangennemen |
| naamt gevangen | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, enkelvoud, 2e persoon | gevangennemen |
| nam gevangen | verleden tijd | gevangennemen |
| namen gevangen | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | gevangennemen |
| neem gevangen | gebiedende wijs | gevangennemen |
| neemt gevangen | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | gevangennemen |
| neme gevangen | woordvorm | gevangennemen |
| nemen gevangen | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | gevangennemen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gevangennemen zijn vastgelegd.