genot
zelfstandig naamwoordBetekenis
- genoegen, plezier
- gebruik, voordeel, profijt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| genotje | verkleinwoord, enkelvoud |
| genotjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘vreugde’ voor het eerst aangetroffen in 1285
Woordfamilie van genot
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| genotje | verkleinwoord | genot |
| genotjes | verkleinwoord meervoud | genot |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van genot zijn vastgelegd.