gemeenschappelijk
bijvoeglijk naamwoord ɣəmenˈsxɑpələkBetekenis
- waar alle leden van een gemeenschap gebruik van kunnen maken
- waar alle leden van een gemeenschap aan meedoen
- gerelateerd aan meer dan een entiteit
Hoe spreek je gemeenschappelijk uit?
/xəmenˈsxɑpələk/
Gemeenschappelijk bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| ə | de |
| m | maan |
| e | veel |
| n | nek |
| s | sok |
| ɑ | bad |
| p | pak |
| l | land |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
bijvoeglijk naamwoord
- gerelateerd aan meer dan een entiteit;
- van iets dat je het deelt met een ander
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gemeenschappelijke | verbogen, stellende trap |
| gemeenschappelijker | onverbogen, vergrotende trap |
| gemeenschappelijkere | verbogen, vergrotende trap |
| gemeenschappelijkers | partitief, vergrotende trap |
| gemeenschappelijks | partitief, stellende trap |
| gemeenschappelijkst | onverbogen, overtreffende trap |
| gemeenschappelijkste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
Afleiding van gemeenschap met het achtervoegsel -lijk met het invoegsel -e-
Woordfamilie van gemeenschappelijk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gemeenschappelijke | verbogen vorm | gemeenschappelijk |
| gemeenschappelijker | vergrotende trap | gemeenschappelijk |
| gemeenschappelijkere | verbogen vergrotende trap | gemeenschappelijk |
| gemeenschappelijkers | partitieve vergrotende trap | gemeenschappelijk |
| gemeenschappelijks | partitive, positive | gemeenschappelijk |
| gemeenschappelijkst | uninflected, superlative | gemeenschappelijk |
| gemeenschappelijkste | inflected, superlative | gemeenschappelijk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gemeenschappelijk zijn vastgelegd.