gemeenplaats
zelfstandig naamwoordBetekenis
- veelvuldig gebruikt gezegde waarvan men de oorspronkelijke kracht niet meer voelt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gemeenplaatsen | meervoud |
| gemeenplaatsje | verkleinwoord, enkelvoud |
| gemeenplaatsjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘alledaags gezegde’ voor het eerst aangetroffen in 1585
Woordfamilie van gemeenplaats
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gemeenplaatsen | meervoud | gemeenplaats |
| gemeenplaatsje | verkleinwoord | gemeenplaats |
| gemeenplaatsjes | verkleinwoord meervoud | gemeenplaats |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gemeenplaats zijn vastgelegd.