Naar de inhoud

gelijkschakelen

iets hetzelfde instellen aan een andere

gelijkschakelen

werkwoord

Betekenis

  1. iets hetzelfde instellen aan een andere
  2. een organisatie dwingen de naziboodschap uit te brengen
  3. tweede betekenisomschrijving
  4. enz.

Vervoeging van gelijkschakelen

gelijkschakelenhele werkwoord — schakelde gelijkverleden tijd enkelvoud — schakelden gelijkverleden tijd meervoud — gelijkgeschakeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik schakel gelijk schakelde gelijk
jij schakelt gelijk schakelde gelijk
hij, zij, het schakelt gelijk schakelde gelijk
wij schakelen gelijk schakelden gelijk
jullie schakelen gelijk schakelden gelijk
zij schakelen gelijk schakelden gelijk
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gelijkgeschakeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gelijkgeschakeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gelijkgeschakeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gelijkgeschakeld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gelijkgeschakeld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gelijkgeschakeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gelijkgeschakeld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gelijkgeschakeld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gelijkgeschakeld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gelijkgeschakeld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gelijk te schakelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gelijk te zullen schakelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gelijk zal schakelen bijzin, toekomende tijd
gelijk zou schakelen bijzin, voorwaardelijk
gelijk zouden schakelen bijzin, voorwaardelijk
gelijk zoudt schakelen bijzin, voorwaardelijk
gelijk zullen schakelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gelijk zullen schakelen bijzin, toekomende tijd
gelijk zult schakelen bijzin, toekomende tijd
gelijkgeschakeld verleden tijd, deelwoord
gelijkgeschakeld te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gelijkgeschakeld te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gelijkgeschakeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gelijkgeschakeld te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gelijkgeschakeld te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gelijkgeschakeld worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gelijkgeschakeld zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gelijkgeschakeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gelijkgeschakeld zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gelijkgeschakeld zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gelijkschakel bijzin, tegenwoordige tijd
gelijkschakelde bijzin, verleden tijd
gelijkschakelden bijzin, verleden tijd
gelijkschakelend onvoltooid, deelwoord
gelijkschakelt bijzin, tegenwoordige tijd
had gelijkgeschakeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gelijkgeschakeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gelijkgeschakeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gelijkgeschakeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gelijkgeschakeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gelijkgeschakeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gelijkgeschakeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gelijkgeschakeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gelijkgeschakeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gelijkgeschakeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gelijkgeschakeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gelijkgeschakeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gelijkgeschakeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gelijkgeschakeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gelijkgeschakeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gelijkgeschakeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gelijkgeschakeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
schakel gelijk gebiedende wijs
schakelde gelijk verleden tijd
te hebben gelijkgeschakeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen gelijkschakelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gelijkgeschakeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gelijkgeschakeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gelijkgeschakeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gelijkgeschakeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gelijkgeschakeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gelijkgeschakeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gelijkgeschakeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gelijkgeschakeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gelijkgeschakeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gelijkgeschakeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gelijkgeschakeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gelijkgeschakeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gelijkgeschakeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gelijkgeschakeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gelijkgeschakeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gelijkgeschakeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gelijkgeschakeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gelijkgeschakeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gelijkgeschakeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gelijkgeschakeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gelijkgeschakeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gelijkgeschakeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gelijkgeschakeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gelijkgeschakeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gelijkgeschakeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gelijkgeschakeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gelijkgeschakeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gelijkschakelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal gelijkschakelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal gelijkschakelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gelijkschakelen bijzin, toekomende tijd
zijn gelijkgeschakeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gelijkgeschakeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gelijkgeschakeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gelijkgeschakeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gelijkgeschakeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gelijkgeschakeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gelijkgeschakeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gelijkgeschakeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gelijkgeschakeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gelijkgeschakeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gelijkgeschakeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gelijkgeschakeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gelijkgeschakeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gelijkschakelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou gelijkschakelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou gelijkschakelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gelijkschakelen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) gelijkschakelen gelijk zou(dt) schakelen bijzin, voorwaardelijk
zouden gelijkgeschakeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gelijkgeschakeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gelijkgeschakeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gelijkgeschakeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gelijkgeschakeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gelijkgeschakeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gelijkgeschakeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gelijkgeschakeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gelijkgeschakeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gelijkschakelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gelijkschakelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gelijkschakelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gelijkschakelen bijzin, voorwaardelijk
zoudt gelijkgeschakeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gelijkgeschakeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gelijkgeschakeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gelijkschakelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gelijkschakelen bijzin, voorwaardelijk
zullen gelijkgeschakeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gelijkgeschakeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gelijkgeschakeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gelijkgeschakeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gelijkgeschakeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gelijkgeschakeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gelijkgeschakeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gelijkgeschakeld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gelijkgeschakeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gelijkschakelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen gelijkschakelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gelijkschakelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gelijkschakelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gelijkschakelen bijzin, toekomende tijd
zult gelijkgeschakeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van gelijk en schakelen

Woordfamilie van gelijkschakelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gelijkgeschakeld voltooid deelwoord gelijkschakelen
gelijkschakel subordinate-clause, tegenwoordige tijd gelijkschakelen
gelijkschakelde subordinate-clause, verleden tijd gelijkschakelen
gelijkschakelden subordinate-clause, verleden tijd gelijkschakelen
gelijkschakele with-subordinate-clause gelijkschakelen
gelijkschakelend onvoltooid deelwoord gelijkschakelen
gelijkschakelende woordvorm gelijkschakelen
gelijkschakelt subordinate-clause, tegenwoordige tijd gelijkschakelen
schakel gelijk gebiedende wijs gelijkschakelen
schakelde gelijk verleden tijd gelijkschakelen
schakelden gelijk aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon gelijkschakelen
schakele gelijk woordvorm gelijkschakelen
schakelen gelijk aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon gelijkschakelen
schakelt gelijk aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon gelijkschakelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gelijkschakelen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over gelijkschakelen

Wat betekent gelijkschakelen?
Gelijkschakelen is een werkwoord. Het woord betekent: iets hetzelfde instellen aan een andere. Deze pagina beschrijft 4 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je gelijkschakelen?
Je vervoegt gelijkschakelen als volgt: het voltooid deelwoord is gelijkgeschakeld. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord gelijkschakelen is 36 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. G 3
  2. E 1
  3. L 3
  4. I 1
  5. J 4
  6. K 3
  7. S 2
  8. C 5
  9. H 4
  10. A 1
  11. K 3
  12. E 1
  13. L 3
  14. E 1
  15. N 1
  16. 36 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

gelijkschakelen levert met Wordfeud minimaal 37 en maximaal 141 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. G 3
  2. E 1
  3. L 3
  4. I 2
  5. J 4
  6. K 3
  7. S 2
  8. C 5
  9. H 4
  10. A 1
  11. K 3
  12. E 1
  13. L 3
  14. E 1
  15. N 1
  16. 37 zonder bonus
  17. 141 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

gelijkschakelen in het kort

gelijkschakelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 4 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van gelijkschakelen zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort gelijkschakelen bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

gelijkschakelen: iets hetzelfde instellen aan een andere
Deel gelijkschakelen — standaardnederlands.nl